<< Vorig Onderwerp | Volgend Onderwerp >>terug naar Index  

Schoonoord

February 19 2002 at 8:33 AM
No score for this post
  (no login)
van IP adres 200.1.157.160

 
Is er info over plantage Schoonoord?

 
Scoring_Disabled_MsgRespond to this message   
AuthorReply

(no login)
80.60.156.76

Schoonoord

No score for this post
February 19 2002, 9:05 AM 

Beste Iwan,

Wat ben je nog laat op??

Natuurlijk hebben we informatie over Schoonoord.
wat dacht je hiervan

1748 – inventarisatie plantage Schoonoort
archiefstuk: Not. Archief Suriname inv. nr. 690 fol. 481
ten verzoeke van: Jan David Cellier, raad van Hof van Politie en Criminele Justitie, mr: Willem Damhoff en Herman van Weesel, executeurs over nalatenschap van Hester Cornelia van Rayneval, echtgenote van J: D: Cellier, en voogden over de minderjarige kinderen.
plantage: Schoonoort, 1670 akkers, suiker, kostgronden later Koffie
ligging: rivier Commewijne aan de rechterhand. (Beneden Commewijne)
eigenaar: Jan David Cellier, mr. W: Damhoff, en Mr: Jan Gabriel Graaf de Raynevall de Fauquemberghe. Later weduwe Nizas geboren Cellier.
administrateur: F. Andree D. der Mey/ F. Beudeker en F.C. Meyer
directeur:Harm: Smidt/P.C. Stubbe/ F.C. Meyer
slaven: 167
datum:1748, januari 18, 19, 20, en februari 8
overig: watermolen, vee


Ik heb er voor alle zekerheid ook een kaartje bijgedaan



Groeten

Dennis Lee Kong


    
This message has been edited by 2buzzy van IP adres 80.60.156.76 on Apr 9, 2002 12:40 AM


 
Scoring_Disabled_MsgRespond to this message   

(no login)
80.60.156.76

waar ben je naar op zoek??

No score for this post
February 19 2002, 10:24 AM 

Hi Iwan,

Ben je op zoek naar informatie van de familie Cellier
of heb je alleen maar belangstelling voor deze plantage??

De familie Cellier had namelijk nog meer plantages onder andere Lustrijk, Constancia en Montresor waar je al eerder informatie over vroeg.

Groetjes

Dennis

 
Scoring_Disabled_MsgRespond to this message   
I. de Vries
(no login)
200.1.157.143

schoonoord

No score for this post
February 20 2002, 11:20 AM 

In de javaanse en hindostaanse database vond ik een Ph. de Vries die planter was op schoonoord en U, J. M. en de weduwe J. M. de Vries die planters waren op Geertruidenberg, ook aan de beneden-commewijne. rond 1900.

Er werden nogal wat contractanten uitgewisseld tussen deze twee plantages, dus ik vermoed een familierelatie tussen hen.

 
Scoring_Disabled_MsgRespond to this message   
desery
(no login)
212.206.242.50

Re: Schoonoord

No score for this post
April 19 2004, 5:59 PM 

suikerplantage Schoonoord aan de Hooykreek
volksnaam "Salie" - Cellier
volgorde bij het afvaren: Slootwijk, Lustrijk (aan de commewijne en de hooikreek), Hooiland (aan de hooikreek), Schoonoord, Nieuw-Roland

auteur: Philip Dikland, 2002


detail kaart Cateau van Rosevelt, 1882

De plantage lag oorspronkelijk aan de Commewijnerivier, echter door het afsnijden van een riviermeander is de plantage thans gelegen aan een zijarm, genaamd de Hooikreek. Aan de overzijde van de kreek ligt de plantage Lustrijk.


Hooikreek. Foto KDV architects, 2003.

Philip Dikland en Anthony Hagemeyer bezochten de plantage in september 2000:

"....De Hooikreek is redelijk bevaarbaar, en wij kwamen verscheidene javaanse gezinnen tegen die met kleine bootjes druk bezig waren met de krabbenvangst. Het begin van de sluiskreek was volledig dichtgeslibd, zodat we over land naar de plantage gingen. Deze is reeds 30 jaar volledig verlaten, en geheel bedekt met secundair bos. Wij trokken min of meer evenwijdig aan de sluiskreek door het bos, totdat wij een luid watergeruis hoorden. Wij gingen in de richting van het geluid. Bij de sluiskreek aangekomen bleek daar een schitterende molensluis te zijn, geheel onder het wied, maar nog goed functionerend. Wij hebben de sluis schoongemaakt....."


kanaal van een getijde-watermolen te Schoonoord. Foto KDV architects, 2000.

Molenkanaal 120 cm breed en tussen de twee sluisdeuren 12 meter lang. Verder aan weerszijden nog uitgestrekte sluisvleugels, bijna kademuren. De diepte van het molenkanaal is ca. 3 meter, en het water stroomt er met grote snelheid doorheen. Deze molensluis, vermoedelijk gebouwd rond 1700, is ondanks verregaande verwaarlozing nog in goede conditie.
Het molenkanaal kan aan weerszijden worden afgesloten middels twee kleine schuifdeuren. Vermoedelijk diende het kanaal zowel voor waterinlaat als uitlaat, en waren de twee deuren dus nodig om reparatie van het molenrad mogelijk te maken. Een gecombineerde in- en uitlaat betekent echter dat het waterrad de helft van de tijd (de inlaatperiode) onproductief draaide, met alle extra slijtage van dien. Bovendien was de kleine doorlaatopening van het molenkanaal een nadeel bij het inlaten van het water. Latere molensluizen waren daarom voorzien van aparte in- en uitlaatkanalen.

chronologie:

1702 - aanleg plantage

Uit een meetcertificaat van 1826 door de landmeter Esser blijkt, dat de eerste concessie van de plantage Schoonoort in 1702 werd verstrekt. De concessionaris was Francois Anthoine compte de Rayneval, uit Raineval in Picardie. Hij was in 1685 reeds in Suriname als luitenant aanwezig tijdens de moordaanslag op Van Sommelsdijck, en heeft onder commandeur Abraham van Vredenburgh goede diensten bewezen bij het bedwingen van de opstand en de gevangenname der muiters. In april 1698 - inmiddels kapiten - volgde hij Vredenburgh op als commandeur, een functie die hij tot 1725 onafgebroken heeft vervuld. Hij fungeerde meerdere malen als waarnemend gouverneur van Suriname, in 1707-10, 1715, 1717, en 1721. Hij overleed in 1726 te Paramaribo.


Francois Anthoine de Rayneval. met dank aan het centraal bureau voor de genealogie, Den Haag.

Naast zijn militaire loopbaan heeft Francois de Raineval geïnvesteerd in plantages. De plantage Schoonoord aan de Commewijne en Magdeburg aan de Suriname waren zijn bezit. FOD (WIG 1942, p. 167) noemt verder nog de plantages Ponthieu en Picardie.

In 1702 trouwde Francois te Paramaribo met Anna Elisabeth Glimmer, dochter van Cornelis Glimmer, raad-fiscaal van Suriname van 1693 tot 1703. Zij was toen 17 jaar. Het echtpaar kreeg 7 kinderen:
Elisabeth Martha (1703-?) jong gestorven
Francois Cornelis (1704-1739) tweede commies der W.I.C.
Anna Madelaine (1705-1734)
Charlotte Cornelia (1709-?) jong gestorven.
Hester Cornelia (1712-1747) Zij was in 1735 gehuwd met Jean David Cellier
Johanna Jacoba (1714-1773)
Jean Gabriel (1726-1800).

Na de dood van haar echtgenoot vertrok Anna Elisabeth Glimmer uiteindelijk naar Nederland, en kocht in 1735 de buitenplaats Schoonoord te Warmond, waar zij tot haar dood in 1750 heeft gewoond. Het huis was genoemd naar de gelijknamige plantage Schoonoord aan de Commewijnerivier, die haar klaarblijkelijk na aan het hart lag.

1737 - erven de Raineval (kaart Lavaux, 1737)

1739 - Jan David Cellier (warrand 2e concessie, 1739, DdD)

Jean David Cellier was geboren te Saint Hypolite in Languedoc, en moet omstreeks 1735 in de kolonie zijn gearriveerd. Hij maakte carriere in het landsbestuur. In 1745 werd hij raad van civiele justitie, en in 1747 werd hij gekozen tot Raad van politie en crimineele justitie. Vanwege zijn publieke functies wordt hij in officieele stukken regelmatig vermeld. Ook in het dagboek van gouverneur Mauricius wordt hij genoemd. Mauricius, bepaald niet een der gemakkelijkste, noemt Cellier een man van goede manieren en goede afkomst, ondanks het feit dat Cellier het lang niet altijd met de gouverneur eens was.
Jean David Cellier huwde in 1735 met Hester Cornelia de Rayneval. Zij was toen 23 jaar oud. Het echtpaar ging wonen in Paramaribo, en Jean bouwde omstreeks 1740 het mooie en luxueuze woonhuis aan de Gravenstraat 14 als residentie voor zijn gezin.


Gravenstraat 14 te Paramaribo, het woonhuis van Jean David Cellier. Het gebouw werd in 2000-2002 met zorg gerestaureerd. Foto KDV architects, 2002.

Het huwelijk schijnt kinderloos te zijn gebleven. Hester overleed in 1747. In 1748 hertrouwde Cellier met Constantia Maria Pichot (1711 - 1762). Uit dit huwelijk zijn twee kinderen bekend: David Martinus Lodewijk Cellier, en Jean Francois Cellier. (geg. "de Nederlandsche Leeuw, no. 57, 1939, p. 71, art. W. F. Leemans)
Cellier overleed op 8 Juli 1773 te Paramaribo.(aantekening in het gouvernementsjournaal van Nepveu). Hij werd begraven in de oude oranjetuin (z. register ger. kerk) , maar zijn grafsteen is verloren gegaan.

Via zijn eerste vrouw Hester Cornelia de Raijneval verwierf hij het eigendom van de suikerplantage "Schoonoord" aan de commewijnerivier, (een goed huwelijk is nooit weg) en later liet hij aanleggen de koffieplantage Welgelegen op de nieuwe gronden aan de beneden-Commewijne. (naast Katwijk). Ook de plantage Constantia aan de Matapicakreek werd door hem aangelegd.

De plantage Schoonoord moet in die tijd een der mooiste van Suriname zijn geweest, en werd regelmatig bezichtigd door hoge gasten, waaronder de gouverneur van Cayenne:
".......Woensdag den 30 Julij 1777
Is S:W:E:G: met den heer Intendant Malouet en een aansienlijk Geselschap van Paramaribo vertrokken om de Plantagiën Schoonoort & Alkmaar te gaan besigtigen....." (journaal gouverner Nepveu)

Een inventarisatie uit augustus 1750 geeft een nauwkeurige beschrijving (Not. Archief Suriname inv. nr. 189 fol. 316). Over de watermolen staat het volgende vermeld :
".....2 gebouwen, dog onder één dak gebragt, zijnde het eene de Watermolen en het ander het Kookhuys. De watermolen met zijn galderijen lang 52 vt en breed 61 vt, alles van swaar bruyn hardhout except de galderijbalkjes met ronde spaaren palissaden en bolletriesingels gedeckt, de welke staan om omgekeert te worden.
De posten van gemelde gebouw gebragt op swaare steene pilasten in plaats van de vereiste en vergaane grondceelen. Onder dat gebouw een houten kom van bruynharte posten 8 a 9 duym dik, beslaagen met 2 duyms copriplanken, waartegens is gemetsselt geworden.
Een anderhalve steene muur of mantel, aan welke kom groote reparatie is gedaan, soo door het aanbrengen van steene boogen & muuren, als het stoppen van zijne oude lekkagie, der maaten dat de selve niet meerder sal konnen wijken.
Daarnevens hangende een scheprat van bruyn hard hout, aan dewelke desser daage een groote reparatie is gedaan, verders de groote en kleyne stoel vernieuwt, alles van bruynhout & bolletrie hout staande op een steene voet. Het kamrat en lantaarn opnieuw verkamt en gerepareert en voorzien met ijsere bouten, daarin zijnde rolders met haere gutsen ............. ze, het gebouw op zig zelve als de genoemde stoel soo goed is als nieuw..........."

Verder waren op de plantage de volgende gebouwen:
het kookhuys
een beestenmolen
een woonhuys staande op een tamelijc hooge steene voet, lang 59 vt en breed 44 vt
een magasijn 60 x 40 vt
een voorhuys lang 23 vt breed 10 vt
een steene loossluys lang 24 vt x breed 6 vt

De grond was 1670 akkers groot, en behalve de rietvelden waren er kostgronden, moestuinen, weidegronden, hoornbeesten, schapen, geiten, en varkens. Op de plantage woonden en werkten 167 slaven. De plantage werd getaxeerd op F 238.209: 70,-

Hoe mooi Cellier zijn plantages ook liet inrichten, zijn personeel mishandelde hij met dezelfde onmenselijkheid die destijds regel was in de kolonie. Stedman, die in 1773 Schoonoort bezocht, trof daar een slaaf aan, die wegens een klein vergrijp levenslang aan het dramfornuis is vastgeketend, gedoemd aan zijn brandwonden te sterven. (Stedman, p. )

1793 - erven J. D. Cellier (almanak 1793)

Ook de plantage Welgeleegen was nog in het bezit van de familie.

1821 - Wed: Nizas geb: Collier (Cellier)

De plantage was 1670 akkers groot, en was van suiker omgezet op koffie. De administratie werd gevoerd door F. Beudeker en F. C. Meyer

Jean Francois Cellier (1749 - 1785), de zoon van Jean David Cellier, trouwde te Paramaribo 19 october 1768 met Adriana Elisabeth Benelle (kerkeboeken). Uit dit huwelijk sproot 1 dochter voort. In 1775 zien wij hem met zijn gezinnetje als pasagiers van het schip "de jonge jan en theodoor" met bestemming Amsterdam. Er zijn verder geen aanwijzingen dat hij ooit nog is teruggekeerd. Hij liet zijn bezit beheren door administrateurs. Hij overleed in 1785 in Parijs, temidden van de woelingen van de franse revolutie. Het nieuws van zijn dood bereikte drie maanden later de kolonie, en werd daar bekendgemaakt door zijn schoonvader:

"....1785-august: 9 - .Debet G: P: Benelle - A voor kerkegeregtigheijd voor 't bekentmaaken van 't overleijden van den weled: heer Mr: J: F: Cellier binnen Parijs op den 25 mei 1785 f 7,10....."

Anne Constance Cellier, enige dochter van Jean Francois Cellier, werd geboren 5 november 1769. Zij huwde met Carrion de Nizas, en werd na de dood van haar vader universeel erfgename van diens bezittingen. Ook de plantage Welgelegen was in haar bezit. Er zijn geen aanwijzingen dat zij in Suriname woonde. Haar grote plantages werden beheerd door administrateurs.

1843 - P.J.N. Vereul, A.C. Benelle Vereul, en N.J. Vismes geb. Vereul.

De suikerplantage was 1738 akkers groot met een slavenmacht van 248 mensen. Eigenaar was de familie Vereul, die het bezit vermoedelijk heeft verworven door aankoop van de weduwe Nizas. J.A. Sequet was de directeur, en de administratie werd gevoerd door het driemanschap P. Kuvel, D. Tollenaar Jz, en A.F. Gerdeman. Administrateur Gerdeman verwierf later 1/3 van de plantage in eigendom.

1863 - emancipatie

De eigenaren waren Vrouwe N.J.Vereul, douairiere de Vismes te Frankrijk, en de erven Arnold Friedrich Gerdeman te Paramaribo ; de "tegemoetkoming" bedroeg F48.300,? en F2.100,?. voor 212 slaven. De bekende Surinaamse familienamen Gerad en Kapel stammen van de plantage.

De eigenaren in detail:
1 - Nicolette Jeane Vereul, wed. van C.A. de Vismes (Frankrijk) voor 2/3 aandeel
2 - erven Gerdeman, bestaande uit:
Clasina Frederica van Gerdeman (zonder beroep, Paramaribo) voor 1/24 aandeel
Johanna Petronella Wenner Gerdeman (zonder beroep, Paramaribo) voor 1/24 aandeel
Henriette Elisabeth Wenner Gerdeman (zonder beroep, Paramaribo) 1/24 aandeel
Margaretha Sophia Wenner Gerdeman, echtg. van Coenraad Gesinus Andries Kreps (schrijver; Paramaribo) voor 1/24 aandeel
Fredrik Rudolph Wenner Gerdeman, blankofficier op plantage St. Eustatius, Suriname) voor 1/24 aandeel
Wilhelmina Adolphina Wenner Gerdeman (zonder beroep; Paramaribo) voor 1/24 aandeel
Susanna Helena Gerardina Wenner Gerdeman (zonder beroep; Paramaribo) voor 1/24 aandeel
Clasina Wenner Gerdeman (zonder beroep; Paramaribo) voor 1/24 aandeel

na 1873 - contractarbeid

De plantage heeft op bescheiden schaal contractarbeiders aangeworven. In totaal 57 hindustaanse arbeiders en 74 javanen arriveerden op de plantage. De gezagvoerders / eigenaren in die tijd waren:
1873 H. Wright (pl. Schoonoord, Alkmaar, Hazard)
1884-1902 A. Samuels
1906 wed. A. Samuels-Pos
1910 Ph. de Vries
1914 H.M.D. Robertson ; the trustees of the late R. Kirke, eigenaren plantage Waterloo e.a./ Schoonoord

1915-2000 onbekend

2000 - dhr. Dahoe

Dahoe kocht de plantage van dhr. van der Schroef. Hij doet echter niets met het bezit, de plantage is overgroeid met secundair bos.

bronnen:

1 - internet-databases

1.1 - Philip Dikland - oud archief der burgerlijke stand in Suriname

1.2 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

1.3 - Maurits Hassankhan - database hindustaanse en javaanse immigratie

2 - inventarisaties

1748 - ARA NOT inv. no. 690 p. 481
1670 akkers, suiker, 167 slaven, watermolen
eigenaar: Jan David Cellier ; mr. W: Damhoff ; mr. Jan Gabriel graaf de Raijnevall de Fauquenberge

1750 - ARA NOT inv. no. 189 p. 316
1670 akkers, suiker, 167 slaven, beestenmolen, NF 238.208,-
eigenaar: J: D: Cellier en wijlen echtgenote Hester Cornelia de Raineval (3/5 deel)

1773 - ARA NOT inv. no. 240 p. 229
1738 akkers, suiker, 310 slaven, watermolen, NF 626.802,-
eigenaar / erflater: J: D: Cellier, oud Raad van het Hof van Politie en Criminele Justitie, overleden te Paramaribo op 8 juli 1773.

3 - archief Dienst der Domeinen, Paramaribo.

1739 - warrand
Vergunnen en Permitteere mits deesen aan Jan David Cellier om in allodialen eigendom op te neemen en erffelijk te bezitten een stuk land groot duizend akkers geleegen in de rivier Commewijne aan de rechterhand in 't opvaren zijn begin neemende met de scheijdt lienie van mevrouw La douariere de Cheusje nu dube(?) en eindigende opwaerts gaende met de scheijt lienie der plantagie Schoonoort.
En werd den landmeeter georndonneert om hetzelve behoorlijk uit te meten en daarvan te vervaardigen vier evengelijke kaarten, een om neevens deeze warrand ter sekretarij deezer kolonie geregistreerd en bewaart te werden, een voor de heeren directeuren der geoctroijeerde sociteit deezer kolonie, een voor den eigenaar en een voor ons ; zullende hij Jan David Cellier gehouden zijn gen: stuk land binne een jare en zes weeken na behooren te doen cultiveeren en behouwen ; voorts zal hij 't gementioneerde stuk land niet mogen verkoopen voor en aleer hetzelve effectivelijk gecultiveert en bebouwt is ; ook niets mogen onderneemen tot nadeel der vrije indianen of voorige concessien ; en in gevalle dezelve nalaatig mochte bevonden werden in het opvolgen deeser voorz: conditien zal het voorn: stuk land wederom vervallen aan de Ed: Sociteit.
En in cas van verkooping werd bij dezen ten allen tijden het regt van naastinge gereserveert ten behoeve van gem: Ed: socitijd
aldus gedaan en met ons zegel bekragtigd aan Paramaribo den 21 april 1739
/ was get: / G: van de Schepper
/ onder stond / ter ordorn: van den zelve / en get / du PLessies .
Accordeert naar collatie met zijn origineeele aan mij geexibeert en geregisteert den 9 julij 1739.
Dat ik getuige
/ get / J: V: Daalen . prov: gesw: clercq voor kopij konform de sekretaris van het gouvernement

1739 - meetkaart
Ik ondergeschreeven verklaare ten verzoeke en consent van de Heer J: D: Cellier qq als mede met aprobatie en toestemminge van de Heer N: Braat qq gemeeten en gereduceert te hebben de 1000 akkers canal van de plantagie Schoonoort soals de figuur ABCDEFGHI aanwijst, omme daarmede uit de weg te ruimen en te accordeeren alle de verschillen wegens de scheidlinien van gemelde plantagie en het vergund land aan mevrouw Catharina Eleonora Temming Douariere van wijlen de Heer Gouverneur J: A: H: de Cheuses zijn de deeze verdeelingen tot wederzijds voordeel uit speciale order van den Wel Ed: Heer Gouverneur J: Raije.
Actum Paramaribo den 14 meij 1739
/ W.G./ De Loncour


meetkaart 1739, copie van Esser naar Deloncourt.

1744 - warrand plantage Constantia ; deze plantage wordt beschouwd als een annex aan Schoonoord
Vergunnen en permitteeren bij dese aan Jan David Cellier eijgenaar van een plantage gelegen over de plantagie Schoonoort omme tot voortzettingh van dezelve plantagie op te nemen en erffelijk te besitten een stuk groot 500 akkers met 30 kettingen facit geleegen in de Metapika kreeq, aen de lijn van de nu vergevene grond aen Thomas Gieske, ofwel ter plaetse hij het bequaamste sal vinden.
Mits niets strekkende in prejuditie van de gronden aan Gerrit Jacobs, Jacob Arons Polak, de wed: Quirijn Wm: Craffort, Nicolaas Rijnsdorp, Jan Martin Klijn en voornoemde Thomas Giske.
Mits hij gehouden sal sijn de approbatie van deese binnen 6 maanden van haar Ed: Groot Achtb: de Heeren Directeuren deeser colonie te versoeken, die binnen 12 andere maanden aan ons sal moeten worden geexhibeerd, omme ter secretarij deeser colonie te worden geregistreerd.
Gelijk hij ook na bekomen approbatie gehouden sal sijn 't selve land behoorlijk te cultiveren en daarop binnen een jaar en ses weken te stellen een goed woonhuijs met planken omslagen en cingels gedekt, alsmede van 't stellen land vier evengelijk kaarten te doen maken die illico ter approbatie van den Heer Gouverneur sullen moeten gebragt worden, waarvan één voor de Edele Societeit voorn:, één voor den eijgenaar, één om neffens dese warand ter secretarij deser colonie te worden geregistreert en één voor ons sal zijn.
Voorts sal hij niets vermoegen te ondernemen tot nadeel ter vrije indianen of vorige concessien.
Ende indien hij in gebreeken blijft in 't obtemporeeren deser voorsz: conditien, sal het bij desen vergunde land wederom vervallen aan de Edele Societeit, ten welkers behoeven in cas van verkoop ten allen tijden 't recht van naasting word gereserveerd.
Eindelijk word hem gepermitteerd in den tusschentijd van 't versoeken der gem: approbatie den geconcedeerde grond te mogen cultiveren ten zijnen periculen.
Aldus gedaan en met ons zegel bekragtig aan Paramaribo den 25 januarij 1744 / was getekend / J: J: Mauricius / onderstond / ter ordonnantie van den Heere gouverneur / en getekend / Jan Nepveu secretaris
nevens appositie van 't zegel van den heere gouverneur in rood lak
Accordeert met zijn origineel
Jan Nepveu

1826 - hernieuwde warrand
Alzoo wij bij onze resolutie van heden no. 1 om reden en in voege daarbij vermeld hebben besloten te verleenen eene warand voor de plantage Schoonoord gelegen binnen deze kolonie aan de rivier Commewijne zodanig als dezelve is beschreven in de hieraan geannexeerde certifikaat en kaart door den landmeeter Esser dd heden opgemaakt.
Zo is het dat wij dienvolgens verleenen dezen grondbrief om aan de eigenaren, hunnen erven of regtverkrijgenden, te strekken tot een bewijs van allodialen en erfelijken eigendom van gezegde plantage Schoonoord, zodanig als dezelve meer ten brede is beschreven in de hieraan geannexeerde kaart en certifkaat door den landmeeter Esser dd heden opgemaakt en bij voormelde onze resolutie geapprobeerd blijvende te allen tijde ingeval van verkoop het regt van naasting aan den landsheer gereserveerd
Aldus gedaan en met onze handtekening en gouvernements zegel bekrachtigd te Paramaribo in de kolonie Suriname den 24 januarij des jaars 1826 van zijner majesteits regering het dertiende
/ get: / A: de Veer
Ter ordonnantie van zijne excellentie
De sekretaris van het gouvernement

1826 - meetcertificaat
Certifikaat relatief de suiker plantage Schoonoord gelegen aan de rivier benede Commewijne regterhand in het opvaren tegenover de mond der rivier Cottica, welke onderwerpelijke plantage door J: H: Mincke als aankomende Anna Constancia Cellier weduwe R: Lambert Carion Nesas kragtens onwederroepelijke procuratie daartoe gepasseerd zal worden getransporteerd aan de heeren C: L: en G: C: B: Weissenbruch qq voor de erven mr: Abraham Vereul.
1. Deze plantage bestaat uit twee concessien op verschillende datum uitgegeven.
a. Het eerste gedeelte is volgens opgave der belanghebbende bij warand dd 23 februarij 1702 verleend door den heer gouverneur van der Veen welke warand niet overgelegd zijnde door mij tevergeefs in de archieven en a is gezogd ; het blijkt echter uit de na te noemen warand sub L: B: dat deze concessie reeds voor den jare 1739 onder de benaming der plantage Schoonoord bekend was.
b. Het tweede gedeelte is ter groote van 1000 akkers verleend door den heer gouverneur G: van de Schepper dd 21 april 1739 aan Jan David Cellier welke warand niet overgelegd maar kopijlijk geregistreerd aanwezig is in het archief ter civiele secretarij warande protocol gemerkt no. 105 no. 5 folio 159, waarbij niet is voorgeschreven het vragen der approbatie van den landsheer ; van dezelve zoude kopijen authentiek ter aanvulling van het archief der gouvernements secretarij en voor den belanghebbende ofwel een nieuwe warand voor de beide concessien tezamen kunnen geformeerd worden.
2. Volgens verklaring van de belanghebbendde zoude er van de eerste concessie eene kaart zijn geformeerd door den landmeeter Pas dd 22 mei 1702 ; deze kaart is echter niet bij hun voorhanden en heb ik dezelve tevergeefs in de beide archieven gezocht.
3. De kaart het tweede gedeelte is geformeerd door den landmeeter Deloncour dd 14 mei 1739 en geapprobeerd door den heer gouverneur G: van de Schepper dd 26 junij 1739 ; dezelve is door mij in het archief der civiele secretarij gevonden.
4. Deze plantage is in den jare 1796 gemeten door den gezwoore landmeeter J: G: Bohm blijkens zijne verklaring gesteld op een kaart door hem sub dato 9 september 1809 geteekend en afgegeven aan de toenmalige administrateurs, welke kaart thans is overgelegd ; volgens deze kaart die echter nog niet geapprobeerd is is deze plantage 1439 akkers groot ; deze kaart en de vroeger genoemde van den landmeeter de Loncour dd 14 mei 1739 opvolgende heb ik op heden een kaart in triplo geformeerd waarop de onderhavige plantage Schoonoord in haar geheel vertoond word door de in het geel afgezette figuur L: abcdefgh, wordende aldus deze kaart in triplo ter approbatie overgelegd.
5. Deze plantage volgens boven aangehaalde gedane meeting van den landmeeter Bohm groot 1439 akkers is belendende ten noorden aan de rivier Commewijne, de plantage Nieuw Roeland, plantage Breedevoort, en voor een klein gedeelte aan de plantage L' Embaras ; ten oosten aan de rivier Commewijne, ten zuiden aan de plantage Hooijland, en ten weste aan meergenoemde plantage L' Embaras
6. Van dezelve zijn volgens schriftelijke verklaring der tegenswoordige administrateuren F: Beudeker en S: M: Klein dd 12 januarij 1826. 359 1/2 akkers in cultuur waarvan 112 akkers beplant zijn met bananen en het overige gedeelte met suikerriet.
7. Genoegzaam bewezen zijnde dat deze plantage verleend is voor den jare 1795 zo is dezelve vallende in de cathagorie vervat in het 1e art van Z: M: besluit dd 13 mei 1825 no.2 (koloniaal gouvernements blad van het jaar 1825 en behoort gevolglijk te worden beschouwd als met de landsheer approbatie te zijn voorzien
ondertekend door Esser


meetkaart 1826. Esser

 
Scoring_Disabled_MsgRespond to this message   
Current Topic - Schoonoord
  << Vorig Onderwerp | Volgend Onderwerp >>terug naar Index  
Find more forums on World HistoryCreate your own forum at Network54
 Copyright © 1999-2009 Network54. All rights reserved.   Terms of Use   Privacy Statement