<< Vorig Onderwerp | Volgend Onderwerp >>terug naar Index  

Rust en Werk

January 6 2004 at 12:57 PM
No score for this post
Jeff van Aalst  (no login)
van IP adres 81.204.25.79

 
Ik ben op zoek naar informatie over de plantage Rust en Werk.
De ligging, de eigenaar, de stafmedewerkers enz..
Wie o wie kan mij helpen?

Groeten,

Jeff van Aalst

 
Scoring disabled. You must be logged in to score posts.Respond to this message   
AuthorReply
Anonymous
(no login)
213.10.189.224

Re: Rust en Werk

No score for this post
January 6 2004, 10:13 PM 

Zie www.surinamistiek.nl/slavernijverleden
dan klikken op familienamen en plantages.

Plant.Rust en Werk ( Granman-Gron), koffieplantage aan de Beneden-Commewijne rechts in het afvaren, grenzend stroomopwaarts aan de koffieplantage Johannesburg, stroomafwaarts aan de koffieplantage Lust-tot Rust.

De EBG wijde op 13 oktober 1844 op de plantage een kerk in voor de slaven.

Eigenaar: de erven van Pieter Constantijn Nobel (Amsterdam)

Er woonden op 1 juli 1863 430 slaven

Voor nadere gegevens over de slaven zie:

www.cq-link.sr/bedrijven/afro-sur/Archief.php


 
Scoring disabled. You must be logged in to score posts.Respond to this message   
Anonymous
(no login)
206.61.43.227

Re: Rust en Werk

No score for this post
January 28 2004, 10:17 PM 

Het plantagecomplex Rust en Werk
bestaande uit de plantages:
Rust-en-Werk (volksnaam "granmangron")
Lust tot Rust (volksnaam "pikien gron")
Einde Rust
Commewijnerivier, rechteroever bij het afvaren.
volgorde bij het afvaren: Elisabethshoop, Berlijn, Maasstroom, Johannesburg, Rust en Werk, Lust tot Rust, Einde Rust, Pieterszorg



Hendrik Huygens, gezicht op de plantage Rust en Werk, ca. 1850.

De beschrijving bij deze aquarel is verloren gegaan, maar uit andere bron (een prentbriefkaart met een ongeveer vergelijkbaar tafereel) is bekend dat het gaat om plantage Rust-en Werk.

De aquarel geeft een gedetailleerd overzicht van de plantage. De grote sluis op de voorgrond is er nog steeds. Het grote huis op de achtergrond is gebouwd in franse stijl en dateert vermoedelijk nog uit Crommelin's tijd. Achter dit huis is de familiegrafplaats der familie Crommelin.
De koffieloodsen en overige bebouwing zijn thans reeds lang verdwenen.

chronologie:

1750 - aanleg Rust en Werk door Wigbold Crommelin (1712 - 1789)

De 3 aangrenzende koffieplantages "Rust en Werk", "Lust tot Rust", en "Einde Rust", zijn omstreeks 1750 aangelegd door Wigbold Crommelin. Omdat Crommelin gouverneur was, werd de plantage Rust en Werk door de slavenbevolking "Granmangron" genoemd. De naastliggende plantage Lust tot Rust werd minachtend "pikien gron" gedoopt. De 3 plantages zijn altijd gezamenlijk beheerd. Op de meeste oude kaarten en plantagelijsten worden zij gezamenlijk genoemd onder de naam "Rust en Werk".

In Crommelin's tijd waren "Rust en Werk", en "Lust tot Rust" beide volledig ingerichte koffieplantages met huizen, bedrijfsemplacementen, en slavenkampongs. Op de plantage "Einde Rust" was er geen bebouwing. Deze plantage was vermoedelijk een annex van de plantage Lust tot Rust.
Omdat de plantages koffieplantages waren, werden er geen vaartrenzen aangelegd. Pas veel later, toen de plantages werden geconverteerd tot suikerplantage, werden de benodigde vaartrenzen gegraven.

de beroepsmilitair Wigbold Crommelin (1712 - 1789) arriveerde in 1749 als commandeur der troepen in Suriname. Vanaf 1752 - 1754 fungeerde hij als gouverneur ad interim; in 1757 werd hij officieel benoemd als gouverneur.

Crommelin bestuurde de woelige kolonie met rust en beleid. In 1757 slaagde hij erin, de zware slavenopstand aan de Tempatikreek te bedwingen. In 1760-61 sloot hij de noodzakelijke vrede met de Marrons.

In 1768 vroeg hij groot verlof aan, met de bedoeling te repatrieeren. Jan Nepveu werd benoemd tot interim-gouverneur. Door allerlei beslommeringen was Crommelin niet in staat te vertrekken, en nog in Suriname verzocht hij om eervol ontslag, hetwelk hem op 28 november 1769 werd verleend. Het bericht bereikte hem op 5 februari 1770, en hij vertrok in mei 1770. Hij vertrok met zijn vrouw en 2 dochters Geertruyda Elisabeth en Josina met het schip "Verwachting" onder schipper Godlieb Zielkens. Op 11 Mei nam hij definitief afscheid van zijn plantage. Het journaal van gouverneur Nepveu vermeldt:
"........Vrijdag den 11 Meij 1770
Deeze morgen om neegen uuren, is den Heer Oud Gouverneur Crommelin met desselfs famillie, van zijn Plantagie Rust en Werk aan boord gegaan, en is denzelve met 9 schooten gesalueert........"

Het was een definitief afscheid. Crommelin is nooit teruggekeerd, alhoewel hij dat wel heeft geprobeerd. Zijn oude dag bracht hij door in Grave te Noord-Brabant. Hij overleed aldaar op 5 maart 1789, 76 jaar oud.

In de persoonlijke omgang schijnt hij een kortaf en nogal nors persoon te zijn geweest, niet gauw bereid tot compromissen.
Crommelin was in 1735 te Den Haag gehuwd met de generaalsdochter Bartha van Orroc. Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend:
Catharina Elisabeth (1739 - 1752)
Johanna Margaretha (1739 - 1768) gehuwd met Godlieff van Borries
Geertruyda Elisabeth
Josina (? - 1771)

Waarschijnlijk waren er meerdere kinderen, dit moet nog nader worden onderzocht. Bartha van Orrock stierf in 1773, drie jaar nadat het gezin was gerepatrieerd. Haar dood werd bekendgemaakt door Crommelin's zaakgelastigde te Paramaribo:
"1773, may 12.....Debet Dirk Jan Willem Hatterman - A voort bekentmaken van Johanna Barbra Orrock huijsvr: van Wigbold Crommelin ...." (kerkeboeken)

Crommelin hertrouwde in 1775 op 62-jarige leeftijd met Synbrandina Cornelia Johanna Storm van 's Gravensande. Het echtpaar stichtte - ondanks Crommelin's gevorderde leeftijd - een groot gezin.

Naast zijn officieele loopbaan heeft Crommelin geïnvesteerd in de aanleg van plantage Rust-en-Werk; deze beschouwde hij als zijn tweede huis. Tijdens ambteloze perioden was hij altijd op zijn plantage te vinden.

Ook bij Crommelin trad de gebruikelijke vermenging van officieele loopbaan met particuliere belangen op, die altijd het kenmerk is geweest van alle hoge ambtenaren in Suriname. Zo liet de gerepatrieerde planter Stephanus Laurentius Neale, de rijkste der rijken, zijn plantages administreren door gouverneur Crommelin. Dat zal echt niet vanwege de boekhoudkunde van Crommelin zijn geschied. Ook Crommelin protegeerde zijn familie, en bezorgde hen functies in het ambtenarenapparaat.

1770 - zijn Exc. W. Crommelin (kaart Lavaux 1770)

1774 - gekocht door Pieter Constantijn Nobel (DdD warand 1782 tbv. Remoncourt)

Over Pieter Constantijn Nobel (1748 - 1788) is niet veel bekend. In 1775 woonde hij te Paramaribo, zijn jonggestorven zoontje ligt er begraven in de nieuwe oranjetuin. Daarna - wanneer is niet bekend - is hij met zijn gezin gerepatrieerd naar Nederland. Hij overleed te Amsterdam op 10 september 1788. Zijn dood werd afgeroepen in de kerk van Paramaribo:
".....1788-december 2 Debet J: F: Andre - A: kerkegeregtigheid van 't overleiden van Pieter Constantijn Nobel te Amsterdam den 10 september 1788 f 7,10 ....."

Zijn weduwe, eveneens woonachtig te Amsterdam, was erfgename van de plantages. Na haar overlijden kwamen deze in het bezit van haar dochter Constantia Gerhardina Nobel (1778 - 1842).

Behalve Pieter Constantijn Nobel is ook bekend Constantijn Gerhard Nobel, eigenaar van de plantages Courtvlugt, Cuylenburg, Onoribo, en deeleigenaar van Zoelen. Mogelijk waren Constantijn en Pieter broers van elkaar.

Al hun plantages werden beheerd door de grote administrateur J. F. Andree, die het bewind voerde over 35 plantages. Andree heeft zijn werk serieus opgevat. In 1783 verkreeg hij voor de drie plantages Rust en Werk, Lust tot Rust, en Einde Rust, elk 250 akkers achterland. Onderstaand de warrand voor de uitbreiding van Rust en Werk :

"...... J: F: Andree in qualiteijt als gemagtigde van Pieter Constantijn Nobel te Amsterdam, omme in allodialen eijgendom op te neemen en erffelijk te mogen besitten als meede aan de voornoemde plantagie Rust en Werk geleegen aan de beneeden rivier Commewijne linkerhand in 't opvaaren [te annexeren], een stuk land linia recta agter gemelde plantagie Rust en Werk openleggende, ter groote van 250 akkers, met een face soo als gemelde plantagie is hebbende, onder deese uitdrukkelijk voorwaarde nogtans dat wanneer in de tijd 't geprojecteerde canaal agter gemelde plantagie gegraven werde den opneemer off eijgenaar van gemelde plantagie daarin naar eevenreedigheijd zijner besittingen zal moeten dragen ...."
(archief dienst der domeinen, Paramaribo, register grondbrieven 1778 - 1789, f. 183-187-191)

Tot de koop van 1774 behoorde ook de houtgrond Remoncourt aan de boven-Surinamerivier. Deze werd uitsluitend gebruikt om de houtbehoefte van Rust-en-Werk te dekken.

1821 - boedel P. C. Nobel (almanak 1821)

De directeur was J. H. Meyer ; de directie werd gevoerd door F. Taunay en J. H. Meyer. Op de plantages werd koffie en cacao verbouwd ; de totale oppervlakte van de drie plantages tezamen bedroeg 800 + 600 + 792 = 2192 akkers.

1843 - boedel wed. P. C. Nobel (almanak 1843)

Op de plantages werd koffie verbouwd. De totale slavenmacht bestond uit 296 mensen. Directeur op Rust en Werk was J. F. Werges, op Lust tot Rust en Einde Rust voerde H. G. Kuster het bewind. De plantages werden geadministreerd door Ez. de Jager en J. F. Werges.



sluiskreek van Lust-tot-Rust, 1901 ; foto G. K. Kramer
De schoorsteen van de suikerfabriek was scheef weggezakt. Op een gegeven moment is deze gesloopt en vervangen door een nieuwe, op palen onderheid. Deze droeg de trotse spreuk:

schuin werd puin
eer deez verrees

Het bleek echter voorbarig ; ook de nieuwe schoorsteen zakte uit het lood.



1863 - emancipatie ; erven P. C. Nobel.

De eigenaren, de erven wijlen de heer Pieter Constantijn Nobel, ontvingen een "tegemoetkoming" groot f 69.300,- en f 300,- voor de slaven van de plantage Rust en Werk, en nog eens f 34.200,- voor de slaven van de twee overige plantages. De totale slavenbevolking bestond uit 430 mensen. De bekende Surinaamse familienamen Balker, Wikkeling en Accord origineren van de plantages.

De erven P. C. Nobel waren:
Anthonia Catharina Nobel (1/4 aandeel)
Constantia Gerardina Nobel, wed. van Theodor Gülcher (1/4 aandeel)
Petronella Johanna Elisabeth Nobel (1/4 aandeel )
en verder: Trijntje Boterkooper, Adriaan Sligcher, diens zoon Pieter Sligcher, Laurentina Elisabeth Sligcher, tezamen 1/4 aandeel.

Na de emancipatie stapte men over op contractarbeid om de grote plantages draaiende te houden. In totaal werden 938 brits-indische arbeiders en 1401 javanen gecontracteerd. Misschien wat minder, want bij de werving werd samengewerkt met Alliance, of de NHM, zodat het niet altijd duidelijk is waar een contractant tewerk wordt gesteld. In 1889 werd de cultuurmij. Rust en Werk opgericht, en werd omgeschakeld op suiker. In 1934 werd deze onderneming geliquideerd.
De gezagvoerders in die tijd waren:
1873 - 1907 S. van Lierop
1912 - 1928 E. A. Bruinings, beheerder van pl. Rust en Werk.


ca. 1790 - 1934 - fam. Gülcher

De geschiedenis van de plantage is deels beschreven door J. A. A. Bervoets, "inventaris van enige zakelijke papieren afkomstig van leden v. h. geslacht Gülcher en aanverwante geslachten", 's Gravenhage, 1976; surinaams museum 80 / 20.

"...Op 18 mei 1800 trad de koopman Theodor Gülcher (1777 - 1839) in het huwelijk met Constantia Gerhardina Nobel (1778 - 1842), een dochter van Pieter Constantijn Nobel (1748 - 1788), eigenaar van diverse plantages in Suriname, waaronder "Rust en Werk", "Lust tot Rust", en "Einde Rust". Het perceel "Rust en Werk", gelegen aan de rechteroever van de Beneden-Commewijne tussen Johannesburg en Pieterszorg, viel na het overlijden van diens echtgenote Maria Pannekoek (1751 - 1808) aan Theodor Gülcher toe. Rond 1750 ontgonnen door Wigbold Crommelin, groeide zij in de 19e eeuw uit tot een van de welvarendste katoenplantages in Suriname.
Theodor Gülcher's oudste zoon, Pieter Constantijn (1802 - 1881), maakte van zijn plantage een centrum voor de zending van de Moravische broeders onder de slaven : een grote katoenloods werd als woning voor de zendeling, school en werklokaal ingericht en de scholieren werden later zelf in de gelegenheid gesteld om op andere plantages onderricht te geven. De eigenaar zag persoonlijk toe op de vorderingen van dit werk.

Pieter Constantijn Gülcher stierf ongehuwd. Het beheer werd voortgezet door de oudste zoon van zijn broer Carel Frederik Gülcher (1808 - 1871), Jan Marie (1849 - 1939). Deze richtte in 1889 met zijn broer Jan Cornelis (1851 - 1933) een naamloze vennootschap Cultuurmaatschappij Rust en Werk op, die zich toelegde op de suikerexploitatie. Bij de directie van de plantage werden ook de zwagers van Jan Marie, S. en Th. van Lierop betrokken. Op de plantage zelf werd een suikerfabriek opgericht. Door de relaties, die de familie Gülcher had met suikerondernemingen in Nederlandsch-Indie, was zij in staat inlichtingen te winnen over de techniek van de suikerraffinage. De leiding van het bedrijf ging in 1912 over naar Carel Frederik Gülcher (1883 - 1964), die zich in 1934 genoodzaakt zag, de onderneming te liquideren...."

1934 - 1979 - nader uit te zoeken

Op een gegeven moment werd de plantage samen met een aantal andere tot één grote onderneming samengevoegd met als doel cacaoproductie voor de Rotterdamse snoepfabrikant Jamin en zonen. Hiertoe werd een nieuwe nv. opgericht. Een aantal extreem droge seizoenen in de zestiger jaren ruïneerde de oogsten en maakte aan deze poging een einde. Sinds die tijd leidde de nieuwe nv. een slapend bestaan, totdat ze in 1979 werd opgekocht door de surinaamse industrieel Armand van Alen.

vanaf 1979 - Armand van Alen

De industrieel Van Alen heeft 8 aaneengesloten plantages heringericht als veeteeltbedrijf en is een experimentele viskwekerij begonnen; diens echtgenote, Adriana van Alen, heeft een uitgebreide studie van de plantages gemaakt.
Toen het echtpaar begon, waren de plantages secundair bos. Momenteel zijn 5000 hectare in cultuur gebracht, het grootste gedeelte als weiland of graskweek voor de 4000 koeien. Verder zijn de Van Alen's begonnen met het viskweekbedrijf "comfish" voor rode tilapia en garnalen. Momenteel (2000) zijn er 27 kweekvijvers van 0,3 hectare, en iedere droge tijd worden er een aantal bijgegraven. Aan de Commewijnerivier staan de grote pompen om het water in de vijvers te verversen. De kwekerij is gevestigd op de plantage "Einde Rust".

De Van Alens hebben het trenzensysteem en de wegen in de plantages hersteld en verbeterd. De 8 plantages zijn omringd door een dam met ringgracht. De grote plantagesluizen zijn hersteld. Het dorpje Rust-en-Werk, dat op het terrein van de gelijknamige plantage ligt, is de enige dorpsgemeente aan deze oever van de Commewijne die groeit in plaats van uitsterft. De Van Alens hebben de percelen waarop de huizen staan in eigendom aan de bewoners uitgegeven.

Het dorpje staat op de plaats van het voormalige bedrijfsemplacement en plantagewoning. In de achtertuin van een van de percelen is nog het bakstenen waterreservoir naast het vroegere (reeds lang gesloopte) grote huis. Iets verder naar achter is de oude familiegrafplaats van de familie Crommelin. Deze ligt in de - reeds lang verdwenen - siertuin achter het grote huis. Aan de zijde van Johannesburg is er een laat negentiende-eeuwse directiebegraafplaats.


bronnen:

1 - Hendrik Huygens, Suriname omstreeks 1850, 22 tekeningen en aquarellen, uitg. S. Emmering, 1978.

2 - Iets over gouverneur Crommelin, S. Kalff, W.I.G. jaargang ?, blz. 8 e.v.

3 - Oud archief der burgerlijke stand van Suriname, Algemeen Rijks Archief, 's Gravenhage.

4 - bekende bronnen (van Stipriaan, sur. contrast):

Rust en Werk / Granmangron / beneden commewijne
1 ARA: SONA, 198, 296, 701
2 GAA: PA-600, 1266
3 ARA: collectie Gulcher
Lust tot Rust / Pikien Gron / beneden commewijne
1 ARA: SONA, 296, 708; ARA, collectie Gulcher

5 - inventarisaties:

ARA NOT inv. no. 691 p. 107 - jaar 1751
gegevens: bosgrond en onbeplante grond, 21 slaven, NF 21.035,-
eigenaar: Wigbold Crommelin

ARA NOT inv. no. 193 p. 707 - jaar 1752
gegevens: 1000 akkers, koffie, 43 slaven, NF 47.124,-
eigenaar: Wigbold Crommelin

6 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - emancipatieregisters

7 - De grafplaatsen op Rust en Werk

Er zijn twee grafplaatsen, de ene uit de achtiende eeuw, de andere laat negentiende-eeuws

De achttiende-eeuwse grafplaats ligt in de vroegere siertuin achter het - reeds lang gesloopte - plantagehuis. De siertuin is reeds lang verdwenen, maar de 3 oude graven zijn er nog. Mogelijk waren er vroeger 4 graven.

Hic Laet
Catharina Elisabeth Crommelin
nata X october M D C C X X X V I I I (1738)
obiitX X I X Januari M D C C D I I (1752, dus 13 jaar jong)
Oudste dogter van den Wel
Edele Gestrenge Heer
Wigbolt Crommelin
Commandeur en Lieutenant
Colonel over de Militie
mitsgaders eerste raad
in de Edele Agtbaar Hove van
politie en criminelle
justitie & & & en vrouwe
Johanna Bartra Orrock.

Hier Ligt Begraven Johanna Margaretha
Crommelin In Haar Edele Leven
Huysvrouw Van Den Weledele Gestrenge
Heer Godlieff Van Borries Oud Captein
Haar Edele Groot Achtbaare De Heeren
Directeuren Der Edele Geoctroyeerde
Soci teit Van Surinaame Dogter Van Den
WelEdele Gestrenge Heer Wigbold
Crommelin Gouverneur Generaal Over
De Coloni Van Surinaame Rivieren En
Districten Van Dien Mits Gaaders
Colonel Over De Gesaamenlijke Militie
Deeser Landen & & &
Geboren Den 21 September 1739
Sterft Den 8 Maart 1768 (dus zij was 28 jaar jong)

"SALUS CHRISTUS MEA RUPUS"
Hier Legt begraven Jonk Heer
Andries Orrok, Keurmeester
Der Suykeren Der Colonie Suriname
gestorven den 29 Iuli 1768.

De negentiende-eeuwse begraafplaats ligt in het 1e blok achter de sluis grens Johannesburg. Hierin bevinden zich 10 graven :

Hier rust
Henriette Isabella
van Lierop
geboren Bender
overleden den 18den Mei 1888
in den ouderdom van
42 jaren
"Heer ! Geef haar de eeuwige rust / en het Eeuwige licht verlichte haar / Dat zij ruste in vrede / Amen"

Hier Rust
Theodorus van Lierop
overleden 11 mei 1909
in den ouderdom van 62 jaren
en 4 maanden
in leven Directeur administrateur
der cultuur Maatschappij "Rust en Werk"
ridder in de orde oranje Nassau
"en / Het eeuwig licht verlicht hem ! / Dat hij in vrede ruste / amen"
(gezamenlijk graf met Henriette van Lierop)

RIP
Hier Rust
A. R. Vallee
geb. 4 - 12 - 1891
overl. 29 - 2 - 1953

RIP
Hier rust Vallee Willem
Cornelis Leopold
geb. Parbo 15 - 4 - 1871
overleden 15 - 6 - 1951

Hier Rust
Scharwande
Maria Cornelia
geboren Paramaribo 26 - 12 - 1852
overleden 21 - 5 - 1931

Hier Rust
onze goede tante
Elize Bender
geboren 31 augustus 1850
overleden 20 Juni 1930

Mathilde Pauline Dahl
geboren Schmidt
geboren d. 3 oktober 1843
in Brinkenau i. Schlesien
heingagangen in
Rust en Werk
d 29 december 1877

Johanna Catharina
van Lierop
geboren 8 april 1862
overleden 10 juni 1907

Hier Rust
Henriette Wilhelmina
van Lierop
overleden 17 aug. 1902
in den beminnelijke leeftijd
van 18 jaar.
onschuldig als zij tot ons
kwam is zij van ons heengegaan
zij ruste zacht naast haar
dierbare geliefde moeder.

Hier rust
Celine Josephine
Zsuschen
geb. Samson
geb. 28 december 1858
overl. 4 juni 1895
Diep betreurd door hare
nagelaten betrekkingen

8 - archief grondbrieven, dienst der domeinen, Paramaribo

1750-09-01
Bij onderstaande warrand is de naam van de plantage niet genoemd ; waarschijnlijk is het de grondwarrand van plantage Rust en Werk :
Vergunnen en concedeeren mits deesen in gevolge en uijtkragte der resolutie van haar Ed: Groot Agtb: heedens de Heeren Directeuren der Ed: Sociteit deeser colonie in dato 5 november 1744 aan de heer Commandeur Wigbold Crommelin om in allodialen eijgendom op te neemen en erffelijk te mogen besitten 1000 ackers land met en facit van 30 kettingen aen de rivier, gelegen aen de rivier Commewijnen aen de linkerhand in 't opvaaren, sijn begin neemende aen de beneede schijd lijn van de 3 kettinge die onbegeven blijven tussen het land van wijlen de heer raad fiscaal Nicolaes Anthonij Kohl en het gesegde stuk land en sulx onder conditien en onder restricten als volgt namentlijk
Dat sijn Ed: een Terrain van 40 voeten breed, tusschen de rivier en dit geconsedeerde land, sal ongecultiveerd moeten laaten ter einde altoos wanneer de Edele societeit sulx mogt requireeren, hetselve te konnen maaken tot een bequaame rijweg, blijvende nochtans aen hem Ed: gepermitteerd de landingplaats op en aan deese gereserveerde 40 voeten te mogen maken en gebruiken, mitsgaders door deselve duikers, kokers of dergelijke tot loosing sijner wateren te mogen steeken, ja selfs trensen en slooten daar door tot in de rivier te graven, mits deselve behoorlijk met suffisante bruggens voorsiende, ten einde hier vooren gemeld altoos te kunnen strekken tot het gerquireerde oogmerk omme hierlangs een land en reijweg te konnen maken.
Dat sijn Ed: verder binnen de tijd achtien manden / beginnende na de gedaane uitmeeting / daar op te setten een bequaam woonhuis, en bij deese 300 akkers bij continuatie moeten houden ten minsten 6 slaaven
Ook mag binnen de tijd van 10 jaaren het selve land niet verkocht, verhandeld, weggeschonken, of op eenigerlei wijse van meester veranderd worden, tensij bij versterf of insolventie.
Eindelijk zal sijn Ed: gehouden zijn deese warrand nevens de geapprobeerde kaart ter secretarij deeser colonie laten registreeren en ons daarvan behoorlijk blijk van te vertoonen. Alles op poene, dat het voors: vergunde land ipo facto wederom zal vervallen aen de Ed: Societeit,
En ingevalle ter eeniger tijd nodig zoude werden geoordeeld eenige redout, sterkte, of Fortresse aan de mond van de rivier Commewijne en Surinaam tegensover de Forteresse Amsterdam te leggen tot versterking en dekking van dit terrain, zal sijn Ed: gehouden zijn neevens degeene, zo die bereits bij resolutie van de Edele societeit in dato 7 april 1745 approbatie op haar lieden warrand hebben geobtineerd, of wel de novo uit kragte van dien land verkreegen hebben, of in 't toekomende zouden verkrijgen, na advenant haaren verkreegen ackers land, voor drie vierde parten, ende Ed: societeit voor een vierde part, op den voet als bij propositie bij de conventie van 1733 is gereguleerd tot de kosten van dien te contribueeren
Aldus gedaan en met ons zegel bekragtigd alhier aan Paramaribo den 1 september een duijsend seven honderd en vijftig
/ was getekend / J: J: Mauricius / onderstond / ter ordonnantie van den heer gouverneur
/ en getekend / Jan Hinckeldeij secretaris
nevens appositie van 't zegel van den heer gouverneur in rood lak
accordeert met zijn origineel
Jan Hinckeldeij secretaris

1783-11-24.
Grondbrieven voor de uitbreiding van Rust en Werk, Lust tot Rust en Einde Rust, voor uitbreiding met 250 akkers achterland. De warranden zijn alledrie identiek. Onderstaand de warrand van Rust en Werk :
Alzoo J: F: Andre in qualiteijt als gemagtigde van Pieter Constantijn Nobel, aan ons bij requeste heeft te kennen gegeeven, dat den suppliant qq zig hebbende geaddresseerd aan nu wijlen den WelEdele Gestrenge Heer Gouverneur B: Texier ten eijnde te erlangen agter de plantage Rust en Werk aan de beneden rivier Commewijne linkerhand in 't opvaaren een stuk agterland groot 250 akkers ten eijnde gemelde plantage voort te setten, is den suppliant gerenvoijeerd aan Haar Edele Groot Achtbaaren de Heeren Directeuren en Regeerders deser colonie.
Dat des suppliant principaal voornoemt zig dien conform bij supplicque aan hoogstgemelde vergadering hebbende vervoegt, hebben de Heeren Directeuren en Regeerders voormeld gracieuselijk gelieven te verleenen de bij requeste geannexeerde extract uit 't register der resolutien van Haar Edele Groot Achtbaare waarbij Haar Edele Groot Achtbaaren hebben gelieven te verstaan dat de versogte agterlanden zoude kunnen werden geconcedeert, met verdere renvooij aan ons ten einde na ondersoek van saken te verleenen behoorlijke warrand overeenkomstig met 't gedaane versoek, onder approbatie van Haar Edele Groot Achtbaare.
En vermits den suppliant voorkomt geene reedenen en motiven in deesen zijn te vinden omme 't gedaane versoek te declineeren, zo keerde zig den suppliant qq tot ons, ootmoedigst versoekende 't ons behagen mag aan den suppliant qq van gemelde stuk agterland te verleenen behoorlijke warrand onder approbatie van Haar Edele Groot Achtbaaren, en onse secretaris te gelasten de warrand daarvan in forma te vervaardigen, alsmede den geswoore landmeter te authoriseeren de gemelde 250 akkers agterland strekkende en loopende agter de plantage Rust en Werk uit te meeten en daarvan de nodige kaarten te formeeren.
So is 't dat wij het voorsz: overgemerkt en de prositive conform de waarheijd bevonden hebbende, ingevolge resolutie van Haar Edele Groot Achtbaare de Heeren Directeuren en Regeerders deser colonie de dato 24 december 1782, mitsdien vergunnen en concedeeren aan J: F: Andre in qualiteijt als gemagtigde van Pieter Constantijn Nobel te Amsterdam, omme in allodialen eijgendom op te neemen en erffelijk te mogen besitten als meede aan voornoemde plantagie Rust en Werk geleegen aan de beneeden rivier Commewijne linkerhand in het opvaaren, een stuk land linia recta agter gemelde plantagie Rust en Werk openleggende, ter groote van 250 akkers met een face soo als gemelde plantagie is hebbende, onder deese uitdrukkelijke voorwaarde nogtans, dat wanneer in der tijd 't geprojecteerde canaal agter gemelde plantagie gegraven wierde, den opneemer off eijgenaar van gemelde plantagie daarin naar evenreedigheijd sijner besittingen sal moeten dragen,
ende zuks onder conditien en restrictien als volgt. (volgen de standaardvoorwaarden)

1782-05-17 uitbreiding van de houtgrond Remoncourt
Alzoo J: F: Andree in qualiteit als gemagtigde van P: C: Nobel te Amsterdam, aan ons bij requeste heeft te kennen gegeven, dat zijn respective principaal in den jaare 1774 van den Wel Edele Gestrenge Heer W: Crommelin heeft gekogt de plantage Rustenwerk zoals ook de plantagie of houtgrond Remoncourt gelegen en de rivier Suriname, in die verwagtingen en met dat vooruijtzigt om uijt dezelven de benodigde houtwaren zo tot reparatie en onderhoud als tot het opmaaken van verdere en meerdere nieuwe gebouwen op de voorseijde plantagie te sullen kunnen vinden.
Dat men niet lange na de gedaane koop deszelfs verwagting heeft verijdelt gesien en ondervonden dat de gemelde houtgrond Remoncourt reeds uijtgemerkt en van al het nodige hout ontbloot was, zodat men in den jaare 1774 sig reeds genoodsackt heeft gevonden omme zig aan de heer gouverneur te addresseeren en anderen 1000 akkers land gelegen agter gemelde plantage te versoeken, dien toen ook gemakkelijk verkreegen heeft.
Dat oftschoon men met zeer veel spaarsaamheid in de gezegde 1000 akkers heeft gewerkt, en geene de minste houtwaaren uijt hetzelven aan anderen verkogt, neen, maar alleen tot de bovengemelde plantage verbruijkt heeft, zo is 't dat men zig in den jaare 1779 al wederom genoodsaakt heeft gevonden voor 1000 akkers land aan de plantage Remoncourt gelegen te obtineeren.
Dat hoeseer men zig ook gevleijd hadde dat door dese laatste concessie de gemelde plantage voor een rijkelijk aantal van jaaren van werkbaaren houtwaren voorsien soude sijn geweest, den suppliant qq met de uijterste bevreemdingen van den aldaar wonende directeur ontwaar is geworden dat 't selve bijna van werkbaaren houtwaaren ontbloot en dan van geene waarde voor de suppliant principaal waren.
Dat den suppliant qq ten eijnde als het waare int zekere ten dezen geinformeerd te zijn, den geswooren landmeter A: H: Helledaij derwaards heeft gesonden ten fine het gemelde stuk land nauwkeurig te ondersoeken dewelke ook bij derzelfs terugkomst heeft berigt zulks conform de waarheijd te zijn blijkens zijne daarvan afgegeven en bij requeste geannexeerde attest, dan tegelijk ook dat zig agter de laatste concessie alnog bevinden andere 1000 akkers land ingevolge eene daarvan gemaakt schetskaart, welker uijterlijk scheenen van meerder nut voor de plantage te zullen zijn en door welkers begeevingen niemand de buuren geprejudiceert soude worden.
Waaromme dan de suppliant qq sig was keerende tot ons, ootmoedigst versoekende aan hem qq de afgeschetste 1000 akkers land linia recta recht agter het ter voorengemelde stuk land te vergunnen en concedeeren, en hem daarvan te verleen warrand informa..........

 
Scoring disabled. You must be logged in to score posts.Respond to this message   
g.l. gülcher
(no login)
145.53.72.15

rust en werk

No score for this post
April 1 2004, 5:16 PM 

in aanvulling op het laatste vrij goede overzicht over de geschiedenis. Bij ARA rust in het familie-archief gülcher ook nog een uitegbreid verslag van ca 1910 van mijn grootvader J.M. Gülcher van een bezoek aan Rust en werk. Hij had de tropische landbouwschool in Deventer aferond en is later in de suiker in Indie beland.

 
Scoring disabled. You must be logged in to score posts.Respond to this message   
 
  << Vorig Onderwerp | Volgend Onderwerp >>terug naar Index  
Find more forums on World HistoryCreate your own forum at Network54
 Copyright © 1999-2014 Network54. All rights reserved.   Terms of Use   Privacy Statement