Ik denk dat de stamboom van de Halfhides nog moet gaan groeien. Hier een klein takje !
groeten !
Philip Dikland
Halfhide, Jean Francois
meester-timmerman, 1835
Halfhide is de enige grote naam uit de surinaamse architectuur die nooit een overheidsfunctie heeft bekleed. Hij is de bouwmeester van de monumentale nederlands-israelitische synagoge aan de Keizerstraat. (1835 - 1837)
In de periode 1821 - 1835 werd de stad na de twee grote stadsbranden opnieuw opgebouwd. Er moest in korte tijd zeer veel werk worden verricht. Ongetwijfeld heeft meestertimmerman Halfhide in die periode zeer veel gebouwd, maar het is niet mogelijk zijn naam te koppelen aan thans nog bestaande gebouwen.
Halfhide is verder alleen nog bekend van de bouw van een aantal zeer elementaire (zeg maar rustig: slechte) boerenwoningen te Voorzorg in Saramacca, in 1844, als voorbereiding van de kolonisatie door nederlandse boerengezinnen:
"........met Primo December 1844 ving Halfhide zijn arbeid aan. Geweldige aanhoudende regens, achterlijkheid in het verstrekken van bouwgereedschappen en materialen uit de stad belemmerden den voortgang van het werk en in plaats van in 26 weken (tegen het begin van Junij 1845 werden de 50 eerste kolonisten verwacht) 50 dezer gebouwtjes daar te stellen, kreeg Halfhide er in 30 weken met veel moeite 23 klaar....." (Wolbers, p.701).
De bouw van de nieuwe Synagoge.
In 1833 wordt geconstateerd dat de bestaande synagoge aan de Keizerstraat, reeds 114 jaar oud, niet meer de moeite van het repareren waard is. De vergadering van Parnassijns, het dagelijks bestuur van de nederlands-israelitische gemeente, neemt het besluit een nieuw gebouw op te zetten.
Er is niet veel geld, dus zij besluiten geen aparte architect in dienst te nemen, maar rechtstreeks een paar aannemers te benaderen voor een tekening en een prijs. Zij selecteren de "timmerbazen" Heyman en Halfhide.
In de vergadering van ......worden de ontwerpen van beide heren besproken. De voorkeur gaat uit naar het ontwerp van Heyman, dat van Halfhide acht men te onpraktisch. Voor de zekerheid besluit men om een deskundige architect te vragen, om - gratis - de plannen te beoordelen. Ook deze deskundige heeft een voorkeur voor het plan van H, maar stelt dat beide plannen onvoldoende zijn en hertekend moeten worden. Aldus geschiedt. H. verzekert zich hierbij van de diensten van de ervaren stadsarchitect C. A. Roman, die in het vervolg als zijn partner optreedt.
Ook in de tweede ronde gaat de voorkeur uit naar het plan van H. en Roman. Maar.......de prijs ! Ook na intensieve onderhandelingen willen de partners niet zakken beneden een prijs van 12500,- arbeidsloon. De ervaren Roman, bepaald niet gek, laat zich niet onder druk zetten. Hij is zojuist opgestart met de herbouw van de Lutherse en Hervormde kerk, en heeft werk genoeg.
De concurrent Halfhide stelt zich zachter op, en laat zich uiteindelijk drukken tot een prijs van 10.000,- arbeidsloon. Hij krijgt het werk. De parnassijns doen echter de schone belofte - uiteraard mondeling - dat indien hij werkelijk niet uitkomt de prijs in alle redelijkheid zal worden herbekeken .........
Het werk vangt aan in 1835. In de archieven bevindt zich nog de vrijwel volledige bouwadministratie, zodat het bouwproces goed te volgen is. De bouw verloopt zonder technische problemen. Halfhide is een uitstekend vakman. Maar het geld komt met mondjesmaat. De schone beloften blijven echter in overvloed komen, en Halfhide maakt het werk met geleend geld af. Hij heeft er - volgens eigen zeggen - de bezittingen van vrouw en kinderen voor moeten verpanden.
Zo af en toe ontstaan er vreemde situaties. Bij ziekte van een der Parnassijns krijgt Halfhide de opdracht het werk dan maar even stop te zetten. Halfhide, met 50 man werkloos op de bouw, doet hierover terecht zijn beklag en waarschuwt voor een vordering vanwege extra arbeidsloon. Ook zegt hij dat de takels en het touwwerk ervan niet te lang ongebruikt in weer en wind kunnen staan (sic).
Waarschijnlijk achter Halfhide's rug om, doet de jonge architect Voigt aan de Parnassijns het voorstel om een moderne amerikaanse portico aan de synagoge te bouwen. De Parnassijns vinden Voigt's idee fantastisch, maar laten Halfhide de uitvoering doen. Halfhide offreert 2000,-, maar volgens de Parnassijns wil Voigt het wel voor 1500,- doen. Uiteindelijk besluit Halfhide het dan ook maar voor 1500,- te doen.
In 1837 is de feestelijke oplevering. De bouwmeester, zo ongeveer failliet, zal ongetwijfeld een eregast zijn geweest. Spoedig daarna dient hij een meerwerkrekening in, maar inmiddels heeft een bestuurswisseling plaatsgevonden, van enige beloften door het vorige bestuur is niets bekend, en Halfhide's vordering wordt afgewezen. In de vergadering wordt gesteld dat H.'s schulden een gevolg zijn van het feit dat hij zijn geld voor andere doeleinden dan de bouw heeft gebruikt. Bovendien, zo stellen de Parnassijns, is de Synagoge een stuk duurder dan gepland uitgekomen, vanwege een rekenfout van Halfhide.
Halfhide neemt het niet, en schrijft een hernieuwde vordering, waarin hij het bestuur in beleefde termen voor onbetrouwbare rotte vis uitmaakt. Het bestuur zit er toch wel mee in zijn maag. Uiteindelijk schijnt er een schikking te zijn gekomen (hoe is niet bekend), want in de archieven bevindt zich nog een brief uit 1839 waarin Halfhide verklaart van verdere vorderingen af te zien.
De naam Halfhide komt voor in de stamboom van Pinas vanaf ca 1890:
Herman Salvator Halfhide, geb 1863, getrouwd met Geertruida Pinas.
Toevallig familie?
De stamvader van de Halfhide's in Suriname is Andrew Anthony Halfhide, geboren op 28-03-1743 te Waltham, Engeland. Hij noemde zich in Suriname Andries Anthony Halfhide. Hij kwam op 28 december 1771 aan in Suriname met het schip de Vrouwe Catharina uit Amsterdam. De kapitein was Michel Gollands.
Andrew Anthony Halfhide was toen 28 jaar oud. Andrew Anthony Halfhide overleed op 10 september 1824 te Paramaribo, 81 jaar oud. Hij is begraven in de Nieuwe Oranje Tuin. Andrew Anthony Halfhide had kinderen met meerdere vrouwen, o.a. met Affiba van Halfhide (Vrije Negerin). Zij was de moeder van Jean Francois van Halfhide, geboren op 13-06-1793 te Paramaribo. Jean Francois was de bouwer van de Joodse synagoge, zie de eerdere vermelding van Philip Dikland. De stamboom maken van de familie Halfhide is een zeer uitdagende klus. Er zijn vele Halfhide's in Suriname en allen stammen af van Andrew Anthony. Andrew Anthony had ook kinderen met Johanna Catharina Classen (Mustice), geboren op 4 februari 1773 te Paramaribo. Eén van deze kinderen was Anna Maria Anthoinette Halfhide, geboren op 10 december 1805 te Paramaribo. Zij was van 1824 tot 1830 de partner van Gerard de Veer (geboren te Curacao in 1799), zoon van Abraham de Veer, Gouverneur van Suriname van 1822 tot 1827. Anna Maria Anthoinette Halfhide was in 1860 de eigenaresse/vrijlater van Maria Wilhelmina Halfhuid, geboren in 1853. Maria Wilhelmina Halfhuid was de eerste persoon in Suriname die de naam Halfhuid kreeg. Maria Wilhelmina Halfhuid was mijn overgrootmoeder, vandaar mijn belangstelling voor de stamboom van de Halfhide's.