Is er een plantage (of heeft deze ooit bestaan)die Plantage Onrust heet??
De enige informatie die ik heb dat hij achter Colacreek ligt. Deze naam kan eventueel een nickname zijn. Wie kan mij hierover meer informatie geven..
Ach nee, het is helemaal geen "nickname" - het is een gewoon een vertaling
plantage l' Inquietude aan de Para-kreek / Carolina Kreek
Hij staat aangegeven op de kaart van Moseberg uit 1801. Het is een langerekte smalle plantage, noord-zuid georienteerd. De kreek loopt er een heel eind doorheen. Moet een mooi stuk gebied zijn. De zuidelijke grens is het oude Oranjepad, dat liep tussen de Surinamerivier en de Saramacca.
Het moet ergens in de buurt zijn van het vakantiedorp Sabana Park van Frank Ranada.
Mogelijk interesseert het onderstaande je ; het zijn de emancipatiegegevens van de plantage uit 1863. Bijelkaar verzameld door Heinrich Helstone in Suriname, en Okko ten Hove in Nederland. Erg mooi werk.
L'INQUIETUDE 53 slaven
Houtgrond aan de Carolinakreek rechts in het afvaren, de enige plantage aan deze kreek.
EIGENAREN EN UITKERING
No. 97(832) Plantage L'Inquiétude (aan de Carolina Kreek, divisie Para La. B No. 57)
van eigenaar Abraham Wolff Oppenheimer (Suriname);
tegemoetkoming f 15.300, en f 300, . d.d. 31 10 1862.
INGE Daniel 1810 Geduld
INGE Catharina 1816 Catharina
INGE Jakobus 1844 Jacobus k/vCatharina
INGE Victoria 1842 Premiere id
INGE Jeanette 1848 Klasina id
INGE Jetta 1850 Jetta 5.6.70 id
INGE Louisa 1854 Louisa id
INGE Eduard 1862 Kapitein 6.8.64 k/v Victoria
BOOMWIJK Paulus 1817 Johannes
MAAANDLOF Adam 1800 Maandag 19.7.63
DAMBURG Lisette 1795 Lisette 25.1.64
DAMBURG Johannes 1826 Crispijn id
DAMBURG August 1830 August id
DAMBURG Klasina 1810 Louzette id
DAMBURG Magdalena 1813 Azia id
DAMBURG Adolphina 1833 Semiere id
DAMBURG Julius 1849 Jantje k/vKlasina
DAMBURG Helena 1848 Eva 28.4.70 k/vMagdalena
DAMBURG Willem 1862 Amour k/vAdolphina
DAMBURG Julia 1854 Juliana id
DAMBURG Paulina 1846 Paulina id
MIJNHIJMER Juliaan 1824 Frederik
MIJNHIJMER Willem 1830 Willem brs&zrs
MIJNHIJMER Georgina 1830 Betje id
MIJNHIJMER Maria 1834 Elisabeth id
MIJNHIJMER Martha 1840 Antje id
VOLK Amalia 1805 Fortuna
DUURHAM Ary 1843 Floris
DUURHAM Anton 1854 Achilles
DUURHAM Henriette 1848
DUURHAM Marianna 1852
DUURHAM Jeannette 1857 Jeannette 9.3.67
DUURHAM Jakobus 1859 Jacoba k/vAdolphina
MIJNHIJMER Juliaan 1863 k/vMaria
Vreemd, in de detaildatabase zijn er maar 35 slaven, terwijl elders wordt gesproken over 53 slaven. Check het eens met de database op de site van het Nationaal Archief, misschien hebben zij een vollediger versie.
tenslotte nog de tekst van de originele warranden en kaarten. Ene Wulfsberg was de originele eigenaar.
1775 - resolutie
Alzoo F: A: Wulfsberg aan ons bij requesten heeft te kennen gegeven hoe dat hij suppliant in het jaar 1762 begunstigd was geworden met twee stukken land, één voor hem suppliant en één voor deszelfs dogter M: M: Wulfsberg van welk laatst den suppliant in den jaare 1769 als erfgenaam van gemelde deszelfs dogter eigenaar was geworden en groot zaamen 424 1/10 akkers land, en eenige jaaren naderhand door aankoop van twee perceelen dito naastaan mede eigenaar geworden, hebbende zaamen eene face van 30 kettingen 59 voet gelegen aan de Oranjeweg tusschen het land van F: Albinus en dat van Gabriel Schutz ; alsmeede in bovengemeld land huisinge en wooningen aan de meergemelde Oranjeweg gehad tot den jaare 1770 toe, als wanneer hij suppliant bevindende aldaar heel alleen woonachtig te zijn en dus zeer swaar en zonder hulp van enige menschen op zijn oude dagen in cas van ziekte als anderzints ;
zig op aanrading van goede vrienden toendertijd hadde begeeven meer na beneden de Koralina kreek dewelke langs in zijn suppliant voorsz: land was loopende ofte (tot) digtbij de gronden van de erven Goethel en Bernhard die in Parra kreek uitgegeven egter haar wooning in deszelfs agterland naast de Koranina kreek hadden gehad, alswaar den suppliant zijn wooninge Savanna als andersints met veel onkosten en moeite hadden opgeslagen, maar als nu tot zijn groote ongerustheid vernomen hebbend dat het land alwaar hij woonachtig was en vlak agter sijn voormelde gronden aan de Oranjeweg liggende, was toekomende aan de Edele Sociteit blijkens de bij requeste geannexeerde kaart der uitmeting door den geswooren landmeeter Helledaij daarvan gedaan ; en dus altoos in bevreestheid sijnde nog op zijn oude daagen in deze possesie ontrust te worden zo was hij suppliant zich met alle nedrigheid kerende tot ons met onderdanigste bede omme ingevolge gemelde schetskaart met het agterland ter groote van 280 akkers met eene face van 30 ketting en 59 voet begunstigt te worden ; en terwijl de opneming van 't zelve niemand anders zoude convenieren / dan door de erven Goethel al reeds zederd 5 a 6 jaaren verlaten was geworden / en hij bovendien considerabel tijd en kosten verloren hadde met het schoonmaken en opruimen van de Koralina kreek voormeld, zo flatteerde hij zich dat wij hem deze zijne ootmoedigst beede soude toestaan en onze sekretaris autoriseeren de warand daarvan informa te vervaardigen.
Zo is het dat wij het voorschrevene overgemerkt en het geposeerde conform de waarheid bevonden hebbende alsmeede ingezien de schetskaart door den geswooren landmeeter A: H: Helledaij in dato 14 october a.c van het voorsz: stuk land gemaakt ; mitsdien vergunnen en consedeeren aan F: A: Wulfsberg omme in allodialen eigendom en erffelijk te besitten alsmede aan deszelfs grond gelegen aan de Oranjeweg tusschen het land van F: Albinus in dat van Gabriel Schultz te annexeeren, de nombre van twee honderd en taggentig akkers land agter de voornoemde grond openleggende met eene face van dertig kettingen en negen en vijftig voeten ;
ende sulks onder conditien en restricten als volgt.
Zal hij aan heeden af aan van deze twee honderd en taggentig akkers lands moeten betalen een recognitie of kanon van vier stuivers holl: per akker aan den ontvanger van de in- en uitgaande regten in der tijd, hetzij hetzelve land bebouwd wordt of niet, en zo vervolgens s' jaarlijks op den eersten dag van het verleenen van deze warrand, en dat op poene dat in gevallen dezelve recognitie of kanon binnen drie dagen na de vervaldag tekens niet voldaan was, zal moeten betaald worden het dubbeld van dien en alzo in plaatse van vier stuivers acht stuivers, en waarvoor hij paratelijk zal moogen en moeten worden geexecuteerd.
Ook zal hij gehouden zijn de approbatie op deze warand met bijvoeging van een kaart figuratief den strekkinge en belendinge binnen zes maanden van haar Edele Groot Achtbaaren vde Heeren Directeuren der Edele Geoctroijeerde Sociteit dezer kolonie te verzoeken, zich regulerende na de inhoude van de resolutien van hooggemelde directeuren in dato 5 maart en 7 mei 1755 die binnen twaalf andere maanden aan ons zal moeten worden geexhibeerd ;
alsmeede het zelve behoorlijk te doen uitmeten en daarvan laten vervaardigen vier evengelijke kaarten die binnen een jaar na dato dezes aan ons ten approbatie zullen moeten werden gebragt, op poene van te verbeuren ten behoeve van den Edele Sociteit hospitaal alhier voor ijder maand vijftig guldens holl: na expiratie van het jaar, en van welke kaarten één voor de Edele Societeit voornoemd, één voor ons, één om benevens deze warand ter secretarij dezer kolonie te worden geregistreerd, en één voor den eigenaar zal zijn ;
en dat bij deze twee honderd en taggentig akkers land bij continuatie altoos zullen moeten sijn en blijven geeffectiveerd ten minsten zes stuks slaaven,
alles op poene dat in geval hij aan de stipulatien in deze voormeld niet en voldoet, hij de facto en buiten form van proces van deze consesie zal zijn vervallen en worden gepriveerd en dat hetzelve land weder zal retourneren in den boesem van den Edele Sociteit om daarmede te handelen zoals bevonden zal worden te behooren, ten welkers behoeven ook in cas van verkoop ten allen tijden het regt van naasting werd gereserveerd,
voorts zal hij copie autentiek van deze warand aan den heer Raad fiskaal dezer kolonie onder recipisse moeten ter hand stellen en dezelve benevens één der daarvan te maken kaarten annexeeren bij het verzoek van approbatie op deze warand aan gemelde Edele Sociteit ;
en zal mede gehouden zijn bij het verzoek van approbatien op deze warand aan haar Edele Groot Achtbaar de Heeren Directeuren der Edel Geoctroijeerde Sociteit dezer kolonie te annexeeren kopie authentiek der bewijzen van eigendom van voorn: grond ingevolge hoogst derzelve resolutie de dato 2 april 1771
en zal meede gehouden zijn indien aldaar aan anderen eenige landen nader mogte weeder gegeven, alsdan aan dezelve door dit verkreege stuk land de vrije Passage te moeten geven en laten ; ook zal hij niets vermoogen te onderneemen tot nadeel der vrije indiaanen ofte eenige voorige consessien ; en zo er natuurlijke kreken door dit land mogten loopen dezelve niet toe te vallen ofte stoppen maar word verstaan voor een ieder open en vrij te moeten blijven om te kunnen bevaaren.
Aldus gedaan en met ons zeegel bekragtigd alhier aan Parmaribo deezen zesden november s jaars seventien honderd vijf en zeventig
/ was geteekend / Jan Nepveu / onderstond / ter ordonnatie van den heer gouvernements secr: / en getekend / J: F: Ulrici gesw: clerc nevens appositie van het zeegel van der heer gouveneur in rood lak accordeert met zijn originale / get / J: F: Ulrici gesw: clerc
De resolutie van haar Edel Groot Achtbaare de heeren Directeuren der Edele Geotroijeerde Societeit dezer kolonie in dato 6 november 1776 waarbij de hiervoren staande warand word geaprobeerd is aan ons op heden vertoond actum Parmaribo den 16 januarij 1778
/ was getekend / Jan Nepveu / onderstond / ter ordonnantie van den heer gouverneur / en geteekend / J: F: Ulrici gesw: klerck accordeert met zijn origin: voor copie konform de sekretaris van het gouvernement
1777 - Certifikaat
Relatief de houtgrond L' Inguietude gelegen in boven Para aan beide zijden der Carolinakreek tusschen de landen van Gabriel Schultz en F: Albinus welke onderwerpelijke grond als aankomende J: L: Matile als erfgenaam van H: F: Matile bij den Eerste Exploicteur dezer kolonie onder executie is.
Van deze grond zijn mij hoegenaamd geen bewijzen van eigendom overgelegt, en bij naspooring in het archief is mij alleenlijk het volgende gebleeken als:
1. Dat dezelve bestaat uit vier perceelen land en het agterland.
2. Het eerste perceel op de natenoemene kaart door mij gemerkt met de L: G: is primitif verleend aan mej: M: M: Wulfsberg ten jare 1762 waarvan bij erfenis eigenaar is geworden haar vader F: A: Wulfsberg ; het stuk L: H: is ten jare 1762 verleend aan hem Wulfsberg in persoon ; zijnde de stukken gemerkt I en K door aankoop het eigendom van voornoemde Wulfsberg geworden ; al hetwelk blijkt uit de hierna sub 3 te noemen warand.
3. Het agterland is ter groote van 280 akkers verleend door den heer gouverneur J: Nepveu aan Wulfsberg voornoemd bij warand dd 6 november 1775, geapprobeerd bij resolutie van de heeren Directeuren der Geoctroijeerde Sociteit dezer kolonie dd 6 november 1776 ; bij dezelve wordt voor de bedoelde 280 akkers de betaling van een recognitie of kanongeld opgelegd van 4 st: hollandsch per akker ; kopij autentiek dezer warand is aanwezig in het archief ter gouvernements secretarij warande prothocol no. 5 folio 648 ; kopijen authentiek dezer warand ofwel een nieuwe warand van deze vijf perceelen land tezamen worden vereischt, zo ter aanvulling van het archief der civile secretarij als voor de eigenaar of eigenaars.
4. Van deze gronden is een kaart geformeerd door den landmeeter Lieftink dd 12 november 1777 geapprobeerd door den heer gouverneur J: Nepveu dd 16 januarij 1778 ; op dezelve worden de vier voorlanden en het agterland in derzelver geheel vertoond. Deze kaart is in originali aanwezig in het archief ter gouvernements secretarij portefeuille van Para en Wanika en wel folio 2 van dezelve, zijn door mij op heden twee kopijen geformeerd ter aanvulling van het archief der civiele secretarij en om onder berusting van de eigenaars te blijven.
5. Deze gronden zijn geleegen aan de Carolinakreek en ook aan de noordzijde van het Oranje pad of de Oranjeweg, hebbende aan deze weg eene breedte van 30 kettingen 59 voeten, lopende van dien weg regthoekig met denzelven noord op naar de Carolinakreek, de oostlijn heeft volgens bovenaan gehaalde kaart waaraan ik mij refereere eene lengte van 338 kettingen 46 voeten, en de westlijn eene lengte van 325 kettingen 64 voeten, zijnde de agterlijn breedt 33 ketting 29 voeten, namentlijk die lijn welke in de bedoelde kaart door de lijn gemerkt D: C: aangeduid en door de Carolina kreek doorsneden wordt, als loopende deze kreek door het agterland dezer gronden. Ten oosten worden deze gronden bepaald door het land van Gabriel Schultz en ten westen door dat van F: Albinus zoals de aangehaalde kaart van den landmeeter Lieftinck alles nader is exhibeerende door de figuur gemerkt C: D: E: F:
6. Deze voor en agter gronden zijn volgens het aangehaalde tezamen groot 1026 773/1000 akkers land.
7. Nog is mij gebleeken dat aan den eigenaar van dezen houtgrond nog meer gronden en bosschen ter bewrking van hout zijn verleend bij permitten te weten: door de gouverneur Bentinck en Bonham op onderscheidene dagteekeningen om in de onbegeven gronden gelegen bezuiden of boven het Oranje pad hout te mogen werken hetgeen blijkt ter gouvernements secretarij uit het waranden prothocol (mei 1801/ feb: 1813) no. 9 folio 495, 659 en 660, welke permitten alnu vervallen als zijnde tot wederopzegging toe verleend en geen erfelijk bezit daarstellende, terwijl de voormelde in allodialen en erfelijke eigendom uitgegeven gronden bij executieven verkoop het eigendom van eenen andere zullen worden, zodanig dat de meergenoemde houtgrond L'Inquietude geene gronden in eigendom bezit bezuiden of over het Oranje pad en niet grooter is dan 1026 773/1000 akkers.
8. Daar het gebleken is dat deze gronden allen zijn vergeeven voor den jare 1795 is derzelver uitgifte vallende in de termen van art 1 van Z: M: besluit dd 13 mei 1825 no. 29 (koloniaale gouvernements blad van den jare 1825 no. 7) en behoort de giftbrief of warand te worden beschouwd als voldoende bewijs van allodialen eigendom
Aldus gedaan en in triplo afgegeven door mij ondergeteekend geswore landmeeter dezer kolonie alhier aan Paramaribo den 21 februarij 1826, Esser
geapprobeerd bij resolutie van zijne excellentie de heer generaal-majoor gouverneur der kolonie Suriname van dingsdag den 21 februarij 1826 no. 21 de secretaris van het gouvernement
1777 - meetkaart
Ingevolge warand door de WelEd: Gestr: Heer Jan Nepveu Gouverneur Generaal over de Colonie van Suriname, Rivieren & Districten van dien &&&.
Verleend aan Th: A: Wulfsberg in dato den 6 november 1775.
En op ordre van dezelve heb ik ondergeschreeven gemeeten deszelfs nieuwe Concessien, groot 280 ackers met 30 ketting 59 voet facade, conform de figuur A:B:C:D: geleegen agter deszelfs grond L' Jnguietude aan de weg Orange en agter de grond van wijlen deszelfs dogter M: M: Wulfsberg te zaamen groot 424 4/10 ackers, alsmede agter de aangekogte gronden van J: Schot groot 170 88/100 akker, en van George Engelbrecht groot 151 49/100 ackers,dus alles te zaamen groot 66746 773/1000 ackers conform de figuur E:F:B:A:.
Dus dat de plantage L'Jnquietude door deeze nieuwe Concessie thans groot is 1026 773/1000 ackers alles zoo & in diervoegen, als de neevenstaande figuur E:F:C:D: is exhiberende.
ActumParamaribo & 12 november 1777
(was getekend) F: Lieftinck geExam: & geprom: Ing: & Landmeeter
Gezien de nevenstaande kaarte der uitmeetinge door den gezwore landmeeter F: Lieftinck gedaan approbeeren dezelve in alle sijne leeden en deelen.
Actum Paramaribo 16 januarij 1778
(getekend) Jan Nepveu
Ter ordonnantie van den Heer Gouverneur
(getekend) J: F: Ulrici gesw: clercq
Aldus nevenstaande kaart met deszelfs schrifture getrouwelijk gecopieert naar de originele berustende ter Gouvernements Secretarij Portefeulle van Parra & Wanica folio door mij ondergeteekende geswoore landmeeter dezer Kolonie alhier aan Paramaribo den 21 februarij 1826
Esser