Voor een vriendin ben ik bezig met de genealogie van de familie Jessurun. Helaas weten wij hier niet zoveel. Ik heb al vele uren achter de pc gezeten, maar kom helaas niet verder.
Het volgende is bekend:
Jacques Jacob Jessurun
Geboren: 03-10-1910
Hij had 2 broers en 1 zus
De oorspronkelijke eigenaar van de plantage was Van Dijk. Zij heette Adolfina van Dijk (en nog meer, onbekende namen)
De plantage zou Bit en Zorg moeten heten. Vroeger werd het in de familie Pauluskreek genoemd vanwege de kreek waar het aan ligt/lag.
Plantage Bit en Zorg of Puttenzorg aan de Pauluskreek vormde lange tijd 1 geheel met de naastliggende kleine plantage het Eylant ; hieronder heb ik wat gegevens geplaatst.
Vraag van mijn kant : Heb jij gegevens van de "goudz."(goudzoeker ???) Mozes Jessurun, die in 1846 woonde aan de Gravenstraat net ten westen van de naar hem genoemde Jessurunstraat ? Hij voerde een uitgebreid huishouden van 17 vrije mensen plus 5 slaven. Ik heb die gegevens uit het wijkregister 1846.
groeten !!
Philip Dikland
gegevens over 't Eylant / Puttenzorg
Circa 1700 – Simon van Halewijn
De eigenaar van ’t Eylant en Puttenzorg was Simon van Halewijn, heer van Abbebroek. Van hoge komaf was hij, de ex-burgemeester van Dordrecht en een der bewindhebbers der WIC. Hij was gehuwd met Agneta de Witt, dochter van raadspensionaris Jan de Witt.
Maar feitelijk was hij een banneling. Want in 1692 had hij - buiten medeweten der nederlandse regering - vredesonderhandelingen met Frankrijk gevoerd, en was beschuldigd van verraad. Hij werd veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf op het slot Loevestein, maar wist in 1696 naar Suriname te ontsnappen, waar hij klaarblijkelijk vrij kon leven. (WIG 1943, 26ste deel, p. 44)
Dankzij zijn rijkdom en invloed wist Simon van Halewijn spoedig een rijk plantagebezit te verwerven, bestaande uit de suikerplantages Beaumont, 't Eyland, Puttenzorg, Peperpot en Mopentibo. Het waren Suriname's gouden dagen, en de plantages moeten schatten hebben opgebracht. De speculatie rondom plantages was nog niet begonnen, die stak pas de kop op vanaf 1751 tot de ineenstorting der economie in 1771.
Simon heeft zich de rest van zijn leven zeer patriottisch opgesteld, ongetwijfeld in de hoop naar Nederland te mogen terugkeren. Zo heeft hij in 1712, tijdens de inval van de franse admiraal Cassard, de verdediging van de Pauluskreek georganiseerd door een kleine batterij kanonnen op te richten op zijn hoofdplantage "'t Eylant". Cassard is echter de Pauluskreek niet ingegaan, hij kon Suriname wel veroveren zonder onnodige vechtpartijen. Echter is Simon aldus de surinaamse geschiedenis binnengetreden:
"....De Paulus-kreek was alleen voor den Inval der vyanden bevryd gebleeven, hebbende de Heer Simon van Halewyn op zyne Plantagie 't Eiland genaamd, beslooten Batterijtjes met 'er haast te doen opslaan, en zeven Stukjes Kanon van de Plantagien in die Kreek geplaatst, hebbende dertien blanken bij zich...." (Hartsinck)
Pas laat in zijn leven trad Simon ten tweede male in het huwelijk. Zijn echtgenote was Suzanna van Kinkhuijzen uit Haarlem, dochter van de secretaris Abraham van Kinkhuysen.:
“… 1725 juni 30 ondertrouwt de edele achtb: Heer en Meester Simon van Halewijn oud burgermeester der stad Dordrecht, wewenaar geboren te Dordrecht, met mejuffr: Susanna Kinkhuisen, jonge dochter geboren te Haarlem & 17 juli op de plantagie 't Eijland in Pauluscreeq door mij bevestigt - A: A: Engel pastor …”
1737 - erv. v. Hallewijn (kaart Lavaux 1737)
Simon van Halewyn overleed in het jaar 1727, en werd op zijn plantage 't Eylant begraven
"..... 1727- Simon van Halewijn den 30 ditto op d' pla: begraaven f 20,- ....."
Maar dat was slechts tijdelijk. In 1731 werden zijn restanten naar Holland vervoerd. Susanna van Kinkhuisen overleed in Suriname in 1732. Het echtpaar had geen kinderen.
Behalve Simon van Halewyn is ook bekend Jacobus Staats van Halewyn, heer van Werven (Gorichem, 1692 - Paramaribo, 1746). Hij was in 1742 gearriveerd als Raad-fiscaal van de kolonie, maar kreeg ruzie met gouverneur Mauricius en werd op diens request in 1746 ontslagen. Het is niet bekend of hij gerelateerd was aan de eigenaar van ‘t Eylant. Zijn graf is in de oude oranjetuyn.
In 1727 werd ’t Eylant geinventariseerd in verband met de erfenis. Ook in 1732, na Susanna’s dood, werd het bezit geinventariseerd. Hoe precies de vererving is gelopen is niet bekend ; wel is bekend, dat plantage Mopentibo werd geerfd door de familie van Susanna van Kinckhuisen, terwijl de overige drie plantages in handen kwamen van de familie van Simon van Halewijn. In 1752 waren Beaumont, Peperpot ‘t Eylant en Puttensorg het eigendom van de baron Van Essen tot Helbergen, vrijheer van Abbebroek, zoals ook Simon van Halewijn dat was geweest.
1752 – Carel baron van Essen tot Helbergen (inventaris)
In 1752 werd het plantagebezit geInventariseerd ten behoeve van de erfgenaam Carel baron van Essen tot Helbergen, lieutenant opperjagermeester van het vorstendom Gelre en van het graafschap Zutphen. Carel is nooit in Suriname geweest om zijn nieuwe bezit te inspecteren. Plantage 't Eylant was een rijke suikerplantage met een waarde van F157.475,-. Ook plantage Peperpot behoorde tot de erfenis, maar deze kleine plantage was slechts f 16.703,- waard.
‘t Eylant was een groot bedrijf met 192 slaven. Maar het riet werd verwerkt met een beestenmolen, in een tijd dat het gebruik van watermolens al heel gewoon was. Dit wijst erop dat er niet veel in de plantage werd geinvesteerd. Later werd er wel een watermolen geinstalleerd ; Teenstra meldt in 1830 het bestaan ervan.
1793 - L. W. Baron van Essen (almanak 1793)
’t Eylant (suiker) en Peperpot (coffy en catoen) waren beide het eigendom van de baron ; De overige plantages van de familie Halewijn waren aan derden verkocht. Het bezit werd geadministrateerd door Stockel en N. Walewyn, die tevens de directeur was.
Ook Lucas Willem van Essen, heer van Helbergen, Schaffelaar en Abbenbroek is nooit in Suriname geweest. Hij woonde in Barneveld in het door hemzelf gebouwde buiten “de Schaffelaar”, het middelpunt van een uitgestrekt landgoed met fraaie tuinen. Het huis werd gebouwd in 1767, misschien wel met de opbrengsten van de surinaamse plantages. Lucas Willem overleed in 1791, en werd begraven in de kerk van Barneveld. In 1793 kwam het huis Schaffelaar op de veiling. In de winter van 1799 brandde het tot de grond toe af. Het huidige huis dateert uit 1852.
1821 – M. Broen Mz. qq. (almanak 1821)
Het Yland was een in oppervlakte kleine suikerplantage van 175 akkers, maar Puttenzorg was daarbij niet meegerekend. C.A. Schufner was de directeur. De administratie werd gevoerd door C. L. Weissenbruch en S. M. Klein. Puttenzorg wordt niet apart genoemd, maar werd vermoedelijk samen met ’t Eylant geexploiteerd.
Ook plantage Peperpot was het eigendom van M. Broen. En verder nog de plantages Johanna Margaretha, Wayampibo, Livonia, Sinabo, Gelre, en Kortenduur.
Omstreeks 1830 waren alle plantages aan de Pauluskreek verlaten, met uitzondering van ’t Eylant en Bleyendaal. Zij moesten er getweeen voor zorgen dat de kreek werd schoongehouden zodat de vrachtvaarders de plantages konden bereiken. Dat gebeurde niet altijd even goed, en daarom werden de vrachttarieven verhoogd.
1843 - Baron de Vos van Steenwijk v.d. Havikshorst en A.P. Baron v.d. Borch prive&qq (almanak 1843)
De plantage ’t Eylant was – inclusief Puttenzorg – 1075 akkers groot, met 210 slaven. J. Morrison was de plantagedirecteur. P. Kuvel en J. de Nieveldt verzorgden de administratie.
Baron Govert Willem de Vos van Steenwijk, heer van de Havikshorst nabij De Wijk in Drenthe, was voor zover bekend geen erfgenaam van Simon van Halewijn. Waarschijnlijk heeft hij de plantages op een zeker moment gekocht. Hetzelfde geldt voor mede-eigenaar A.P. baron Van de Borch, eigenaar van het landgoed Verwolde nabij Laren.
1863 – emancipatie
De Surinaamse familienamen Ditmar en Zadok stammen van de plantage. Op ’t Eylant / Bittenzorg werden 122 slaven vrijverklaard.
1864 – heden – geen gegevens ; nader uit te zoeken
bronnen :
1 - boeken en artikelen
1.1 – Ruud Beeldsnijder
Om werk van jullie te hebben, plantageslaven in Suriname 1730-1750.
Utrecht, 1994.
2 - databases op het internet
2.1 - Philip Dikland - oud archief der burgerlijke stand in Suriname
3 - inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag
1727 - ARA NOT inv. no. 161 f. 303
Datum : 1727
Gegevens : inventaris van de plantg: 't Eyland
(opm.: in 1727 was Simon van Halewijn overleden)
1732 – ARA NOT inv. no. 164 f. 79
datum : 1732
gegevens: inv. ’t Eyland ; inhoud niet bekend
(opm: in 1732 was Susanna van Kinkhuysen overleden)
1741 – ARA NOT inv. no. 173 f. 125
datum : 1741
gegevens: inv. ’t Eyland ; inhoud niet bekend
1752 - ARA NOT inv. no. 193 f. 513
Locatie : Pauluskreek aan de linkerhand tussen de plantages La Liberté en Aurora
Datum : 1752-08-03/04/05/06/07/08
Gegevens : 2000 akkers, 192 slaven, beestenmolen, suiker, moestuin, weide, paarden, hoornbeesten, geiten, pluimvee
Verzoeker : E: A: Tourton, lid van het college van weesmeesteren
Eigenaar : erven mr: Simon van Halewijn
Administr: weesmeesteren
Directeur : Johannes Meijs
Gebeurtenis : overdracht der plantage aan Willem Carl Strube, Raad van het Hof van Politie en Criminele Justitie, gemachtigd door Carel baron van Essen tot Helbergen, Lieutenant opperjagermeester des vorstendoms Gelre en van het graafschap Zutphen te Arnhem ; machtiging per procuratie 30 maart 1752 voor Burg: Rd: stad Arnhem.
1752 - ARA NOT inv. no. 193 f. 555
Locatie : Pauluskreek aan de linkerhand tussen de plantages La Liberté en Aurora
Datum : 1752-08-03/04/05/06/07/08
Gegevens : 2000 akkers (oppervlak van plantage 't Eylandt en Puttensorg tezamen), 192 slaven, suiker, beestenmolen, moestuin, weide, paarden, hoornbeesten, geiten, pluimvee ; taxatie Nf 157.475,-
Verzoeker : weesmeesteren dezer kolonie, als beheerders van de plantage 't Eyland
Eigenaar : erven wijlen mr. Simon van Halewijn
Directeur: Johannes Meys
Gebeurtenis : overdracht aan W: C: Strube, in opdracht van erven
Bedankt voor je informatie over de plantage. Ik heb overigens nog wel een vraag. Ik heb de gegevens gelezen, maar kom de naam (Adolfina) van Dijk niet tegen. Is van Dijk geen eigenaar geweest? Of is het nergens geregistreerd? Weet jij daar iets over?
Om jouw vraag te beantwoorden, ik heb helaas (nog) geen informatie over Mozes Jessurun. Ik heb momenteel alleen de informatie die in mijn oproep staat. Misschien dat Jeff van Aalst, die ook op mijn oproep gereageerd heeft, wel die informatie voor je heeft. Je zou hem misschien eens kunnen vragen.
Ik heb alleen de gegevens tot 1863. Wat daarna gebeurde, moet ik nog nagaan. Maar dat is moeilijk, want ik heb erg weinig gegevens over die tijd. Ik heb 2 aanvullingen :
In 1863, bij de emancipatie, waren de eigenaren van 't Yland & Bittenzorg Baron J.A.G. de Vos van Steenwyk en baron A. van den Bosch van Vorden, maar achter deze twee namen gaat een cohort van 66 eigenaren schuil, die via ver-erving een aandeeltje hadden verworven. De kleinste eigenaar bezat 2/1827 aandeel. De "tegemoetkoming" voor het "verlies" van de 122 slaven bedroeg f 36.600,- plus nog f 1200,-.
Na de emancipatie zullen de baronnen de plantage wel snel van de hand hebben gedaan, maar dat moet nog worden nagegaan. In ieder geval bleef ze in bedrijf, en men ging op bescheiden schaal verder ; er werden echter geen contractarbeiders aangeworven.
In 1908 produceerde Bittenzorg - volgens de Surinaamse almanak van dat jaar - cacao, koffie, bananen, koren, rijst, en vacoves, alles in zeer bescheiden hoeveelheden. De eigenaar was C.W. van Niel c.s. ; hij woonde op de plantage en was tevens de directeur en administrateur. Er zijn geen gegevens over het aantal arbeiders dat werkzaam was op de plantage.
=====================
Dus ik ben de namen Van Dijk / Jessurun nog steeds niet tegengekomen.
Het verbaasd mij dat er zo over pauluskreek wordt gesproken. Weet u waarom , omdat mijn kinderen hun oma van pauluskreek komt. Fam. Kruin of Ralph. Maar van welke plantage weet ik niet.Kun u het voor ons uitzoeken. aub.
Op de website van de heren de Vries (http://www.kibrahacha.com)staat informatie over de Jessurun's.
De grootmoeder van mijn vrouw is een Jessurun en een oom van mij is getrouwd met een Jessurun (de kleindochter van de apotheker aan de Saramaccastraat, Herman Gustaaf Jessurun)
Ik heb mij een tijd niet meer bezig gehouden met deze tak dus ik kan je nog geen verdere informatie geven.
Wat ik wel weet is dat bovengenoemde kleindochter een zee aan informatie moet hebben over de Jessuruns. Om informatie te kunnen geven moet ik eerst weer contact met haar opnemen.
Ik had, door de vele informatie die ik heb gevonden, al het vermoeden dat de naam Jessurun van Duitse Joden afstamt. Kan alleen geen familie vinden van de in mijn oproep genoemde persoon. Aangezien het ook niet om mijn familie gaat en ik dus eigenlijk geen verhalen ken, wordt het een stuk moeilijker.
Omdat je de geboortedag van de door jou gezochte Jessurun weet, is het makkelijk om in de volkstelling van 1921 even te checken, wie de ouders waren van deze Jessurun, weer één stap verder. Ik begrijp de samenhang niet helemaal tussen deze Jessurun en de eigenaares van Dijk van de plantage?
Christel
Bedankt voor je tip. Heb alleen een vraag hierover. Is de volkstelling van 1921 ook op internet te raadplegen?
Wat betreft de samenhang tussen Jessurun en de eigenares van Dijk van de Plantage. Deze informatie heb ik er bij gezet in de hoop dat het meer informatie op zou leveren. Overigens werd mij verteld dat dit familie zou kunnen zijn.
Aangezien ik niets weet over de Surinaamse genealogie, zijn alle tips welkom.