PORTRETTEN EN AFBEELDINGEN VAN ZWARTE EN GEKLEURDE PERSONEN IN DE SLAVENTIJD 1500-1900
(Johannes Helvetius 1625-1709): Grootvader van Charlotte van der Lith (1700-1753) Surinaamse republikeinse leidster,
In mijn afrocentrisch onderzoek, waarin ik volkomen vrij ben, maak ik een strikte scheiding tussen autochtone zwarte en gekleurde Europeanen en zwarten met een directe link met Afrika en slavernij. Dit is noodzakelijk om duidelijk te maken dat er vanaf het begin der tijden zwarte en gekleurde mensen in Europa leefden en vanaf de Renaissance tot de helft van de achttiende eeuw een adellijke, Koninklijke, keizerlijke en intellectuele elite vormden. Maar deze feiten verbergt men door middel van vervalste schilderijen, die soms zelf pikzwarte allochtone Europeanen zoals Voltaire en hugenotenleider Francois de la Nouë als witte, blonde personen tonen.
Deze vervalste schilderijen treft men in alle Europese musea en het betreft miljoenen zwarte en gekleurde Europeanen. Ik definieer deze groep als: een endogaam, gefixeerd mulattenras, waarvan sommigen meer zwart, of Aziatisch of wit waren. Maar ze deelden een zwarte identiteit, wat terug te herkennen is in het gebruik van de allegorische Moor op portretten als een rijk uitgedost jongetje. Wat ten onrechte als een slaaf of bediende wordt afgedaan. Zie je een klein jongetje al rondlopen met een dure bokaal op een blad? Bleben deze jongens klein? De gekleurde adel gebruikte gebruiksvoorwerpen en sieraden tijdens huwelijken om hun zwarte afkomst te benadrukken. Tal van adellijke families gebruikten een Moor in hun familiewapen. Evenals steden waar er kennelijk van oudsher zwarte mensen leefden.
(Francois de la Noüe, hugenotenleider (1531-1591)
(Odet de Coligny (1517-1571), Hugenotenleider, broer van Louise de Coligny, echtgenote van Willem van Oranje)

(Stadswapen van Lauingen (Donau)
Vanwege verschillende afbeeldingen en persoonsbeschrijvingen ga ik ervan uit dat de Hugenoten zwarte en gekleurde Europeanen waren, maar in ieder geval een zwarte elite hadden. Dat is mogelijk de reden waarop wij geen portretten van Surinaamse gouverneurs en planters treffen, terwijl deze steenrijke mensen beslist duizenden portretten in omloop brachten voor alle families in Suriname en Europa. Van gouverneur Cornelis van Aerssen’s kleindochter weten wij dat zij ‘Black as chimney’ was. Dat gold wellicht ook voor de gouverneurs De Cheusses, twee kleinzonen van Cornelis van Aerssen. Eentje huwde Charlotte van der Lith, kleindochter van Johannes Fredericus Helvetius, de gekleurde arts van de prins van Oranje en de Staten Generaal, en wetenschapper. Een nakomeling van Charlotte beschrijft haar als ‘mulattin.’ Zij was een drievoudige gouverneurs weduwe en leidster van de Surinaamse republikeinen die van 1742-1753 Suriname onafhankelijk probeerden te maken. Ze vormden een mulatten natie, van onderling huwende gekleurde mensen, waarvan sommigen heel zwart en anderen heel licht. Het woord mulat hoeft dus niet alleen te slaan op het resultaat van een zwarte met een witte partner.
(Koning Charles II Stuart van Engeland (1630-1685), bijgenaamd The Black Boy, kleinzoon van Maria de Medici)
De schilderijen van de gekleurde Surinaamse planters worden kennelijk verstopt in familiecollecties. Zoniet zijn zij vernietigd. Er staat dat Joan Raye, de zoon van Charlotte van der Lith opdracht gaf om de portretten collectie te vernietigen. Een reden werd niet vermeld. Vreemd, omdat het personen betreft die hoge functies hadden aan het Franse hof. Om toch een beeld van onze voorouders te krijgen gebruik in andere beroemde portretten van zwarte persoonlijkheden.
(Portrait of Jean-Baptiste Belley, Deputy of Santo Domingo to Convention of France. 1797. door Anne-Louis Girodet-Trioson Huile sur toile - 159 x 111 cm, Versailles, Musée national du château et de Trianon. Geboren in Senegal, slaaf, slavenhouder, vocht in het leger van Napoleon tegen de slaven, stierf als gevangene van Napoleon)
(Aispasia door Delacroix 1798-1863)
(Ceremoniele Moor, 1724)
(Anonieme ‘Handsome Black Man’, 19e eeuw)
(Uit ‘Black Victorians,’ 19e eeuw: Sarah Forbes Bonetta (Sarah Davies) by Camille Silvy, albumen carte-de-visite sized print, September 15 1862. © National Portrait Gallery, London. Het kan niet anders dan dat er ook zulke foto’s van zwarte Nederlanders bestaan)
(Miss Lala, acrobate geschilderd door Edgar Degas 1879))
(Crimean nurse and heroine, Mary Seacole 1805-1881; Tijdgenoot van Florence Nightingale.)
(Olaudah Equiano (c. 1745 – 31 March 1797), also known as Gustavus Vassa, was one of the most prominent people of African heritage involved in the British debate for the abolition of the slave trade. He wrote an autobiography that depicted the horrors of slavery and helped influence British lawmakers to abolish the slave trade in 1807. In addition to being a slave as a young man, he was also a slaver, seaman, merchant, and explorer in South America, the Caribbean, the American colonies, and Britain.)
(Portret van Johannes Jacobus Cornelis Huydecoper, klerk bij het Nederlandse gouvernement en later koopman te Elmina, in dienst firma Ter Meulen. Eveneens een telg uit een vooraanstaand Euro-Afrikaans geslacht. Zijn bet-overgrootvader was Jan Pieter Theodoor Huydecoper (1728-1767), lid van de Amsterdamse patriciërsfamilie van die naam en van 1756 tot zijn dood in dienst van de West-Indische Compagnie op de Goudkust, laatstelijk als directeur-generaal. Zijn grootvader Willem (1788-1826) en vader Jacob (1811-1845) waren beiden Nederlands gezant bij het hof van de koning van Ashanti in Kumasi.)
Andere Afrikanen als deze Huydecoper reisden vrij tussen Suriname en Afrika en vormden ook in Suriname deel van de slavenhoudende elite. Bij de Emancipatie (1863) waren de meeste meesters die een vergoeding voor hun slaven ontvingen gekleurde Surinamers.
Wordt vervolgd
Egmondcodfried@hotmail.com