De Foelie is een Gedroogde Zaadmantel die om de Nootmuscaat zit.
En het Portugees van Nootmuscaat = Noz-moscada. Dus zal je die richting moeten zoeken cq vragen. In de Noz - moscada familie. Iets in die geest van " Casaco da semente do Noz - moscada ". Misschien rolt dan de Portugese vertaling van Foelie wel uit.
Foelie is inderdaad het gebarsten rode schilletje wat om de nootmuskaat heen zit.
Het heet "Macis" in het portugees.
Het is hier vrijwel onbekend , men weet veelal dat het een "tempero" is, maar verder niets.
Dat is erg vreemd daar Bahia bij mijn weten de enige producent van nootmuskaat in Brazilie is. Als je naar zuid Bahia, Ilheus/Itabuna, gaat, dan zie je vaak langs de weg de mensen kruidnageltjes en nootmuskaat verkopen (voor een habbekrats).
Ik dacht dat ze de foelie weg zouden gooien, wat 10x zo duur is als de eigenlijke nootmuskaat, maar dat schijnt niet zo te zijn.
Misschien wordt het geexporteerd of is er in andere staten aftrek voor.
Hier is het vrijwel onbekend.
Misschien is het te krijgen bij de grote Perini (Vasco da Gama) of op markten als "Sete Portas" of "São Joaquim".
Ik kan er zonder leven tenminste, nootmuskaat weer niet.
Overigens ben ik enkele keren op het eilandje Grenada geweest, wat zich economisch staande hield dankzij de nootmuskaat. Daar werd foelie als goud beschouwd. Daarom is nootmuskaat ook onontbeelijk in de "Planters Punch".
Maar dan moeten we het weer over suikerriet/cachaça en rum hebben. Ook een dankbaar onderwerp trouwens, zo in het weekend.
Muskaatnoten en foelie, beiden een product van de nootmuskaatboom, waren al gewild in Europa in de Middeleeuwen. Zij dienden als smaakversterker en werden ingezet tegen waterzucht, diarree, huiduitslag en slechte adem. De nootmuskaatboom is een altijd groene boom. Er zijn mannelijke en vrouwelijke nootmuskaatbomen. De laatste brengt de vruchten voort. De muskaatnoot is de zaadkern van de vrucht van de nootmuskaatboom. De noot zelf wordt omgeven door de zaadrok, de scharlakenrode foelie. De naam foelie is afgeleid van folium (blad). De vruchten worden met lange stokken met haken uit de bomen getrokken en van de foelie ontdaan. Vervolgens worden zij gerookt en in de dop gedroogd. Na zes weken worden zij uit de dop geklopt en gesorteerd. Tenslotte worden zij gekalkt; dit proces is nodig om de noten tegen insecten te beschermen en het kiemvermogen te smoren. De foelie wordt, nadat hij van de noot verwijderd is, in de zon gedroogd, platgetrapt en gesorteerd.
De nootmuskaatboom werd omstreeks 1600 hoofdzakelijk aangetroffen op de Banda eilanden (kaart), in feite een zeer klein productiegebied, in grootte vergelijkbaar met de Nederlandse Waddeneilanden. Muskaatnoten en foelie behoorden tot de zogenaamde fijne specerijen, die al direct hoog op de verlanglijst van de VOC stonden. Door middel van exclusieve leverantiecontracten met lokale hoofden werd gepoogd de concurrentie uit te sluiten. Toen bleek dat dit niet lukte, werd al vrij snel gepoogd met geweld de zaken in de door de VOC gewenste richting te drijven. In 1621 was geheel Banda veroverd en was de oorspronkelijke bevolking gesneuveld, geëxecuteerd, van honger omgekomen, verbannen of gevlucht. De VOC zag zich daarna genoodzaakt de productie opnieuw te organiseren. Het met nootmuskaatbomen begroeide maar ontvolkte land werd in percelen, zogenaamde perken, verdeeld en in erfpacht uitgegeven aan particulieren, die perkeniers werden genoemd. De perkeniers mochten de noten en de foelie uitsluitend aan de Compagnie leveren. De perken werden onderhouden door perkhorigen, slaven, afkomstig uit de alle delen van Azië. In de eilanden buiten het kleine Banda werden alle nootmuskaatbomen omgehakt. Het streven naar een wereldwijd monopolie werd hierdoor gerealiseerd.
In de 17e en 18e eeuw was de productie van noten en foelie redelijk stabiel, omdat goede en slechte oogsten elkaar met enige regelmaat afwisselden. De VOC hoefde dus geen productiebeperkende maatregelen te nemen. De gemiddelde jaarproductie bedroeg 0,5 miljoen pond muskaatnoten en 0,15 miljoen pond foelie. De noten werden in Europa verkocht tegen een prijs van bijna 4 gulden per pond, terwijl de foelie werd geveild voor een gemiddelde prijs van bijna 7 gulden per pond. De noten werden ingekocht voor 5 cent het pond en de foelie voor gemiddeld 40 cent.
Want dan gaat je geest wat ruimer denken over het onrecht wat bijvoorbeeld in de Amazone en de wereld gebeurd en dat is alleen maar goed. Mocht het ooit van komen drinken wij een glaas ( zen ) samen en zien wij de wereld zoals het moet namelijk vol met engelen.
Dat heb ik wel eens gedronken. Zeer lang geleden en ik kon het haast nergens krijgen... Een pernod, na twee glazen wilde ik mij dan nog wel eens verspreken en dan had ik een kwade ober tegenover mij..... Een colaatje-pernod op zijn tijd is zeer de moeite waard..... flink wat ijs erin
Dat het water mij inmiddels in de mond loopt bij het herinneren van een "broodje kroket met mayo en mosterd.....". Het liefts zelfs 3 tot 4 of nog wel meer totdat ik er weer zat van ben..... Eigenlijk miste ik geen kroket, totdat jij het in de titel opnam.... Dat betekent weer een paar dagen op onderzoek uitgaan hoe ik hier een kroket in elkaar kan draaien.... Hoe het moet weet ik ongeveer wel, moet alleen even weten hoe ik hier ragout voor elkaar kan krijgen, zonder vlees met mond-en-klauwzeer en zonder vlees met kippegriep........
Ik heb er al heel wat strekkende meters kroket opzitten de afgelopen jaren.
Doe het even iiets anders, volgens ander oeroud NL recept.
Maak 1/2 liter sterke boillon.
400 gram gekookt goedkoop draadjes vlees.
Het belangrijkste:
rasp 1 á 1/2 nootmuskaat
versnipper een beste bos peterselie.
Smelt 100 gram boter (langzaam zodat het niet bruin wordt).
Eenmaal gesmolten kieper er 140 gram meel bij.
Kloppen tot die Roux ballen ontstaan.
Doe er met scheuten al roerend de boillon bij.
Je hebt nu een dikke pap.
Nu het vlees, de gemalen nootmuskaat en de peterselie erbij.
Peper en zout.
Is het te dik, dan beetje bij beetje wat melk.
Zet het nu een nachtje weg om op te stijven.
Draai de volgende dag bitterballen.
Dompel de ballen in geklopt ei en wntel ze door de paneermeel.
Doe dat nog een keer.
Trek bier open, en laat de ballen bakken en laat je bedienen.
De tweede keer moet de werkster het zelf kunnen.